Dienstbrief (officiële correspondentie)
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie) 5 januari 1943 De Directeur van de Centrale Markt De Wethouder voor de Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid, Raadhuis, ALHIER (Amsterdam) extra [handgeschreven in rood]
SV
den Heer Wethouder voor de Assuran-
tiezaken en Wettelijke Aansprakelijk-
heid,
Raadhuis,
A L H I E R .
3/10/8 M '42 5 Januari 1943.
Ten vervolge op mijn schrijven van 2 December jl.
no.3/10/7 M., heb ik de eer U als bijlage een
opgaaf te doen toekomen van bezettingsschade, die
het bedrijf van de Centrale Markt heeft geleden
over de maand December 1942.
Ik verklaar hierbij, dat:
1e. de aangegeven schade niet door schuld of
nalatigheid van mijn bedrijf is vergroot;
2e. dat niet op andere wijze vergoeding van de
aangegeven schade verkregen had kunnen worden;
3e. dat de aangegeven schade niet op andere
wijze is goedgemaakt.
De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt aan de verantwoordelijke wethouder over de geleden "bezettingsschade" in de maand december 1942. De brief dient als begeleidend schrijven bij een bijlage (die hier ontbreekt) waarin de specifieke schadegevallen worden opgesomd. Om de rechtmatigheid van de claim te waarborgen, legt de directeur drie verklaringen af: er is geen sprake van eigen schuld of nalatigheid, er waren geen andere verzekerings- of verhaalsmogelijkheden, en de schade is nog niet op een andere manier gecompenseerd. De formele toon en de strikte nummering van de verklaringen wijzen op een gestandaardiseerde administratieve procedure voor het afhandelen van oorlogsschade binnen de gemeente. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "bezettingsschade" verwijst naar schade die direct of indirect door de bezetter of door de omstandigheden van de bezetting is veroorzaakt. De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de adressering aan het Raadhuis "Alhier") was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening en stond onder streng toezicht. Ondanks de oorlogstijd bleven de gemeentelijke bureaucratie en de verzekeringswisselwerkingen functioneren. Dergelijke rapportages waren noodzakelijk voor de boekhouding en voor eventuele latere herstelbetalingen of verrekeningen met de bezettingsautoriteiten.
Samenvatting
In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt aan de verantwoordelijke wethouder over de geleden "bezettingsschade" in de maand december 1942. De brief dient als begeleidend schrijven bij een bijlage (die hier ontbreekt) waarin de specifieke schadegevallen worden opgesomd. Om de rechtmatigheid van de claim te waarborgen, legt de directeur drie verklaringen af: er is geen sprake van eigen schuld of nalatigheid, er waren geen andere verzekerings- of verhaalsmogelijkheden, en de schade is nog niet op een andere manier gecompenseerd. De formele toon en de strikte nummering van de verklaringen wijzen op een gestandaardiseerde administratieve procedure voor het afhandelen van oorlogsschade binnen de gemeente.
Historische Context
Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "bezettingsschade" verwijst naar schade die direct of indirect door de bezetter of door de omstandigheden van de bezetting is veroorzaakt. De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de adressering aan het Raadhuis "Alhier") was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening en stond onder streng toezicht. Ondanks de oorlogstijd bleven de gemeentelijke bureaucratie en de verzekeringswisselwerkingen functioneren. Dergelijke rapportages waren noodzakelijk voor de boekhouding en voor eventuele latere herstelbetalingen of verrekeningen met de bezettingsautoriteiten.