Handgeschreven ambtelijk briefje / interne notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk briefje / interne notitie. Lijnbaansgrt. 117
Dr.
Het betreft hier een
Prov. Commissie, dus
komt het mij voor,
dat er, voor vertrouwelijk
gebruik, tegen verstrekken
gegevens geen bezwaar
behoeft te bestaan.
Hieromtrent wellicht
telefonisch Mr. Reitsma
vragen?
[onleesbare paraaf] 27/2 '42
Mr. Reitsma:
"geen bezwaar" telefonisch 9/3 '42 Het document is een korte, zakelijke notitie over een verzoek tot gegevensverstrekking. De auteur stelt dat, aangezien het verzoek afkomstig is van een "Provinciale Commissie" en het voor "vertrouwelijk gebruik" bestemd is, er waarschijnlijk geen juridische of procedurele belemmeringen zijn. Er wordt echter voorgesteld om voor de zekerheid ruggenspraak te houden met een zekere Mr. Reitsma. De toevoeging onderaan bevestigt dat deze ruggenspraak heeft plaatsgevonden en dat er op 9 maart 1942 telefonisch akkoord is gegeven. Het handschrift is een vlot, geoefend cursief dat kenmerkend is voor de Nederlandse administratieve stijl uit de eerste helft van de 20e eeuw. De datering van februari en maart 1942 plaatst dit document in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een enorme toename aan administratieve rompslomp en correspondentie tussen verschillende overheidsniveaus (lokaal, provinciaal en landelijk) in het kader van distributie, toezicht en de handhaving van de nieuwe orde.
Het adres Lijnbaansgracht 117 in Amsterdam was in die tijd de locatie van diverse overheids- of semi-overheidsinstanties. De term "Mr." (Meester in de Rechten) suggereert dat de beslissing over het vrijgeven van gegevens een juridische toetsing vereiste, wat past bij de zorgvuldige, bijna angstvallige wijze waarop ambtenaren onder de bezetting opereerden met betrekking tot informatievoorziening. Mr. Reitsma (waarschijnlijk een juridisch adviseur of hogere ambtenaar).
Samenvatting
Het document is een korte, zakelijke notitie over een verzoek tot gegevensverstrekking. De auteur stelt dat, aangezien het verzoek afkomstig is van een "Provinciale Commissie" en het voor "vertrouwelijk gebruik" bestemd is, er waarschijnlijk geen juridische of procedurele belemmeringen zijn. Er wordt echter voorgesteld om voor de zekerheid ruggenspraak te houden met een zekere Mr. Reitsma. De toevoeging onderaan bevestigt dat deze ruggenspraak heeft plaatsgevonden en dat er op 9 maart 1942 telefonisch akkoord is gegeven. Het handschrift is een vlot, geoefend cursief dat kenmerkend is voor de Nederlandse administratieve stijl uit de eerste helft van de 20e eeuw.
Historische Context
De datering van februari en maart 1942 plaatst dit document in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een enorme toename aan administratieve rompslomp en correspondentie tussen verschillende overheidsniveaus (lokaal, provinciaal en landelijk) in het kader van distributie, toezicht en de handhaving van de nieuwe orde.
Het adres Lijnbaansgracht 117 in Amsterdam was in die tijd de locatie van diverse overheids- of semi-overheidsinstanties. De term "Mr." (Meester in de Rechten) suggereert dat de beslissing over het vrijgeven van gegevens een juridische toetsing vereiste, wat past bij de zorgvuldige, bijna angstvallige wijze waarop ambtenaren onder de bezetting opereerden met betrekking tot informatievoorziening.