Archiefdocument
Origineel
Algemeene dagmarkten.
Ook voor de algemeene dagmarkten is de duur der tijdelijke hulpmarkten tijdens het verslagjaar voor ten hoogste met één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f 85.900,25 (v. j. f 89.628,85).
Het hieronder volgende staatje geeft een overzicht van de in 1939 en 1940 ingenomen plaatsen.
| Markten | Aantal half-jaarplaatsen 1939 | Aantal half-jaarplaatsen 1940 | Aantal weekplaatsen 1939 | Aantal weekplaatsen 1940 | Aantal dagplaatsen 1939 | Aantal dagplaatsen 1940 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nieuwmarkt......... | 50 | 23 | 4.464 | 3.775 | 6.417 | 6.110 |
| Waterlooplein......... | 22 | 23 | 10.220 | 9.575 | 17.517 | 15.685 |
| Dapperstraat......... | 87 | 85 | 7.237 | 7.051 | 7.826 | 7.260 |
| Albert Cuypstraat......... | 51 | 41 | 14.366 | 13.980 | 14.067 | 19.343 |
| Ten Katestraat......... | 37 | 36 | 9.840 | 9.530 | 7.554 | 8.019 |
| Lindengracht......... | 83 | 71 | 10.752 | 10.525 | 15.731 | 11.503 |
| Zwanenburgwal......... | — | — | 2.123 | 1.702 | 3.470 | 4.006 |
| Totaal......... | 330 | 279 | 59.002 | 56.138 | 72.582 | 71.926 |
III. Weekmarkten.
Boom- en bloemmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f 1.393,65 (v. j. f 1.628,02).
Uilenburgmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f 4.183,85 (v. j. f 4.338,40).
In het verslagjaar werden ingenomen 27.731 (v. j. 28.752) dagplaatsen. Half-jaarplaatsen en weekplaatsen werden niet ingenomen.
Algemeene weekmarkten.
De duur der tijdelijke hulpmarkten van deze markten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste met één jaar verlengd. In verband met de oorlogsomstandigheden werd de automarkt des Maandagsavonds op het Amstelveld, sinds begin Mei niet meer gehouden.
De opbrengst aan marktgeld van de algemeene weekmarkten bedroeg f 7.589,10 (v. j. f 8.477,55).
In het verslagjaar werden op de volgende markten de daarachter vermelde dagplaatsen ingenomen — de tusschen haakjes geplaatste getallen vermelden de overeenkomstige gegevens over 1939 — Westerstraat 18.441 (18.167), Sumatrastraat 3092 (3403), Jan Evertsenstraat 3563 (4237), Noordermarkt 9395 (12.177), Amstelveld 8451 (10.650), Mosplein 7415 (7693), automarkt 1038 (5144) ; totaal 51.395 (v. j. 61.471). Half-jaarplaatsen en weekplaatsen werden ook hier niet ingenomen.
IV. Standplaatsen buiten de markten.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal vergunningen, door Burgemeester en Wethouders in het verslagjaar verleend voor het innemen van standplaatsen buiten de markten.
| Artikelen | bij het begin van het jaar | in den loop van het jaar: uitgereikt | in den loop van het jaar: ingetrokken | aan het einde van het jaar |
|---|---|---|---|---|
| Eet- of drinkwaren..... | 438 | 32 | 99 | 371 |
| Bloemen..... | 195 | 28 | 28 | 195 |
| Diverse artikelen..... | 7 | 2 | 1 | 8 |
| Totaal..... | 640 | 62 | 128 | 574 |
Van deze vergunningen waren aan het einde van het jaar 77 voor een gedeelte van het jaar verleend.
Voor het uitstallen van kerstboomen en hulst werden 140 (v. j. 195) tijdelijke vergunningen uitgereikt.
De opbrengst der standplaatsgelden bedroeg f 18.848,61 (v. j. 21.471,67). Hierin is begrepen een bedrag van f 6.867,92 wegens het zg. kramengeld, welke belasting op 1 December 1938 werd ingevoerd.
V. Ventverordening.
Op 1 Januari waren door Burgemeester en Wethouders verleend 3408 vent- en opkoopersvergunningen ; op 31 December bedroeg dit aantal 2889.
Van de aantallen ventvergunningen der diverse groepen van artikelen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar worden genoemd : aardappelen, groenten en fruit 750—547, bloemen en planten 581—532, brandstoffen (w.o. petroleum) 166—90, geringe eetwaren en consumptie-ijs 419—307, visch en zuurwaren 637—562, boter, kaas en eieren 125—88, diversen en manufacturen 289—288.
De aantallen opkoopersvergunningen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar bedroegen resp. 441 en 475.
De opbrengst der ventgelden bedroeg f 12.442,70 (v. j. f 14.403,40).
Het staatje op de volgende bladzijde geeft een overzicht van het aantal verleende ventvergunningen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar en van de tusschentijdsche mutaties, daarin, benevens van het aantal opkoopers. Dit document vormt een gedetailleerde kwantitatieve bron over de economische activiteit op de Amsterdamse markten in het cruciale jaar 1940. Enkele opvallende punten uit de cijfers:
- Algemene daling: Bijna alle categorieën (marktgeldopbrengsten, ingenomen plaatsen en verleende vergunningen) laten een daling zien ten opzichte van 1939 (v.j.). Dit wijst op een krimpende markteconomie in de stad.
- Impact van de oorlog: De tekst benoemt expliciet dat de automarkt op het Amstelveld sinds begin mei 1940 is gestaakt vanwege "oorlogsomstandigheden". De enorme daling in dagplaatsen voor deze automarkt (van 5144 naar 1038) illustreert dit direct.
- Uitzonderingen: De Albert Cuypstraat vormt een uitzondering op de trend; hier steeg het aantal ingenomen dagplaatsen aanzienlijk van 14.067 naar 19.343.
- Fiscaliteit: Er wordt verwezen naar het "kramengeld", een belasting die kort voor de oorlog (eind 1938) werd ingevoerd en die substantieel bijdroeg aan de gemeentelijke inkomsten uit standplaatsen. Het verslagjaar 1940 markeert de overgang van vrede naar bezetting in Nederland. De Duitse inval in mei 1940 had directe gevolgen voor het openbare leven en de handel. De daling in ventvergunningen voor brandstoffen (bijna gehalveerd van 166 naar 90) en consumptie-ijs is tekenend voor de opkomende schaarste en rantsoenering.
De vermelding van de Uilenburgmarkt en het Waterlooplein is historisch saillant; dit waren van oudsher markten met een zeer groot aandeel Joodse kooplieden. De daling in activiteit op deze locaties in 1940 vormt de statistische voorbode van de latere uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking door de bezetter. Het document biedt daarmee een zakelijke, ambtelijke blik op een stad die onder grote druk kwam te staan. V. Ventverordening