Afschrift van een ambtelijke correspondentie.
Origineel
Afschrift van een ambtelijke correspondentie. 12 april 1940. De Wethouder voor de Financiën (Pieter Jan Rustige). De Wethouder voor de Levensmiddelen. No.8A/36/3 M.1940 16/4 AFSCHRIFT.
____________
No.260 L.M.1940 No.332/82.2. F.1940.
De Wethouder voor de Financiën heeft
de eer deze stukken weder te doen toekomen aan
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, onder
bijvoeging van een rapport van den accountant
B.Rozenberg. Wat de financieele regeling van de
uitgaaf voor de twee stempelmachines betreft,
waarvan de aanschaffingskosten op ten hoogste
f 2.000,- worden geraamd, is hij - Wethouder
voor de Financiën - van meening, dat deze uit-
gaaf bezwaarlijk ten laste van het z.g. markt-
crediet kan worden gebracht, aangezien het nimmer
in de bedoeling kan hebben gelegen, uit dit
krediet in de toekomst uitgaven wegens normale
uitbreiding van installaties, waaronder ook kan-
toorinstallaties, te bestrijden. Voor de hier-
voren genoemde uitgaaf, zal derhalve een afzon-
derlijk krediet bij den Raad moeten worden aan-
gevraagd.
Amsterdam, 12 April 1940.
De Wethouder,
w.g. Rustige. Dit document betreft een intern advies van de Amsterdamse Wethouder voor de Financiën aan zijn collega van de Levensmiddelenvoorziening. De kern van de zaak is de budgettaire toewijzing voor de aankoop van twee stempelmachines ter waarde van maximaal 2.000 gulden.
De Wethouder voor de Financiën beargumenteert, gesteund door een accountantsrapport, dat deze kosten niet gedekt mogen worden uit het bestaande 'marktkrediet'. Hij stelt dat dit specifieke krediet niet bedoeld is voor de reguliere uitbreiding van kantoorinventaris. Hieruit volgt het formele advies dat er voor deze uitgave een apart krediet moet worden aangevraagd bij de Gemeenteraad. Het document toont de nauwgezette bureaucratische omgang met overheidsfinanciën en de scheiding van verschillende budgettaire posten binnen het gemeentebestuur. De datum van het document, 12 april 1940, is historisch relevant: dit is minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Ondanks de internationale spanningen en de reeds lopende mobilisatie, functioneerde de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie op dat moment nog op reguliere wijze.
De ondertekenaar "w.g. Rustige" verwijst naar Pieter Jan Rustige (SDAP), die van 1939 tot 1941 wethouder van Financiën en Bedrijven in Amsterdam was. De Wethouder voor de Levensmiddelen (op dat moment waarschijnlijk de heer In 't Veld) had een cruciale rol in het voorbereiden van de stad op mogelijke schaarste door de oorlogsdreiging. De aanschaf van stempelmachines zou in dit kader gerelateerd kunnen zijn aan de administratie van distributiebescheiden of markttoezicht. De term "w.g." in de ondertekening staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit document een getypte kopie (afschrift) is van het originele, handgeschreven ondertekende exemplaar.