Ambtelijke brief / Adviesrapport.
Origineel
Ambtelijke brief / Adviesrapport. 19 december 1939. Bureau voor Organisatie en Efficiency (Gemeente Amsterdam). No. 29/21 L.M.1939 27/12
BUREAU VOOR ORGANISATIE
EN EFFICIENCY
No. 1258 Fin.1939 Dossier 822 [vrije ruimte] Amsterdam, 19 December 1939
[gecentreerd] Aaan den Heer Burgemeester,
Toegangsbewijzen Centrale Markt.
In antwoord op het mij om advies gezonden schrijven van den Directeur van de Centrale Markt van 9 November j.l., bericht ik U, dat ~~ik~~ in beginsel over de te kiezen oplossing overeenstemming bestaat. Het is nu nog een kwestie van het uit-werken van details en de keuze en aanschaffing van machines. Dit geeft nog eenige moeilijkheden, echter wordt er bij de firma's Koller & Van Os, Ruys en National Cash Registers aan gewerkt. Ik heb met de twee laatste firma's dezer dagen nog onderhandelingen gevoerd. Het is voor een regelmatigen voortgang van deze zaak echter gewenscht, dat aan een bepaalden ambtenaar van het Marktwezen, b.v. den Heer Broerse, opdracht wordt gegeven om hieraan voortdurende aandacht te schen-ken en geregeld contact met mij te houden.
Wat het betalingsregister aangaat, merk ik het volgende op:
Ad.1. Dit standpunt is m.i. geheel fout. Wie zijn tramabonnement vergeten heeft kan evenmin daarop trammen, en bij verlies draagt de houder het nadeel. De Tram denkt er niet over, en m.i. terecht, om een individueele administratie van hare abonne-mentsontvangsten te voeren, ten einde het publiek van verlies te vrijwaren. Waarom moet men dan bij de Centrale Markt hierover bezorgd zijn ?
Ad.2. Ik voeg hierbij copie van een schrijven van den Directeur van Maatschappelij-ken Steun, dat het antwoord geeft op een door mij gestelde vraag. Ik kan mij daar-mede geheel vereenigen: noodig zijn dus slechts de indentiteitskaart en de stam-kaart (de Directeur van Maatschappelijken Steun spreekt van "lijst", maar de be-doeling is dezelfde).
Ad.3. M.i. is men tot zekere hoogte reeds geholpen, indien men weet, dat de betrok-kene gedurende 2 jaren een legitimatiekaart heeft gehad. Wil men echter van elken bezoeker de betaling registreeren, dat geschiedt dit beter door van de ingewissel-de gestempelde legitimatiebewijzen de gegevens op de stamkaart over te nemen, wanneer daarvoor tijd is, echter niet op de drukkere uren van betaling, waarbij het oponthoud tot een minimum beperkt moet worden.
[vrije ruimte voor handtekening]
w.g. onleesbaar
Bedrijfseconomisch Adviseur. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in het vooroorlogse ambtelijk Nederlands (bijv. "den Heer", "dezer dagen", "vrijwaren"). Opvallend is de spelfout in de aanhef ("Aaan") en het woord "indentiteitskaart" (met extra 'n'), wat duidt op een typefout van de secretarie.
* Inhoud: De bedrijfseconomisch adviseur adviseert over de modernisering van het toegangssysteem van de Centrale Markt in Amsterdam. Er wordt gesproken over de aanschaf van mechanische registratiesystemen (kassaregisters). De adviseur pleit voor een zakelijke aanpak: wie zijn bewijs verliest, heeft pech (analoog aan het trampas-systeem), om extra administratieve rompslomp te voorkomen.
* Efficiëntie: Het document ademt de geest van de vroege "efficiency-beweging" binnen de overheid. Men probeert de doorloop bij de betalingen te maximaliseren door administratieve taken ("gegevens overnemen") te verplaatsen naar rustige uren.
* Betrokken partijen: De brief noemt specifieke leveranciers van kantoormachines uit die tijd, zoals Ruys en National Cash Registers, wat de overgang van handmatige naar mechanische administratie markeert. Dit document stamt uit december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam waren op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
Het "Bureau voor Organisatie en Efficiency" was een voorloper van moderne organisatieadviesbureaus binnen de gemeentelijke overheid. De genoemde afdeling "Maatschappelijke Steun" was de toenmalige sociale dienst. Dat zij betrokken zijn bij de toegangsbewijzen suggereert dat bepaalde groepen marktbezoekers of handelaren mogelijk afhankelijk waren van steun of dat hun identiteit gecontroleerd moest worden in het kader van sociale wetgeving. De brief toont aan dat, ondanks de oorlogsdreiging in Europa, de Amsterdamse bureaucratie volop bezig was met het professionaliseren en automatiseren van haar bedrijfsvoering.