Handgeschreven zakelijke mededeling / briefkaart.
Origineel
Handgeschreven zakelijke mededeling / briefkaart. 6 april 1909. S. Bolle. Waarschijnlijk de marktinspectie of een gemeentelijke ambtenaar (geadresseerde aangeduid als "m. insp." en "C. HeH."). Amsterdam 6/4 09
m. insp.
C. HeH.
Daar ik heden verhinderd was mijn
voorkeur kaart van de Albert Cuijp-
straat wezen te halen zoo doe ik u be-
richten dat ik hem een van de dagen
van de volgenden week kom halen
Hopende s.v.p. er goeden nota van te
willen nemen. Zoo verblijf ik
Hoogachtend
S. Bolle
Roetersstraat 8 II
Centrum Het document is een formeel bericht van een burger aan een functionaris (mogelijk de marktinspecteur, gezien de afkorting 'm. insp.'). De schrijver, S. Bolle, verontschuldigt zich voor het feit dat hij zijn "voorkeur kaart" voor de Albert Cuypstraat niet heeft opgehaald. Deze kaart gaf marktkooplui het recht op een specifieke staanplaats op de markt.
Het handschrift is een verzorgd begin-20ste-eeuws Nederlands schrijfschrift. De taal is beleefd en volgt de toenmalige correspondentie-etiquette ("er goeden nota van te willen nemen", "Hoogachtend"). Opvallend is het gebruik van de term "voorkeur kaart" en de spelling "Albert Cuijp-straat". De afzender woonde in de Roetersstraat, een buurt die destijds sociaal-economisch verbonden was met de omliggende markten. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam werd officieel ingesteld als dagmarkt in 1905. In de beginjaren was de organisatie nog volop in ontwikkeling. Om de chaos van losse handkarren te reguleren, voerde de gemeente een systeem in met vergunningen en standplaatsbewijzen (de "voorkeurkaarten").
Dit briefje uit 1909 is een waardevol administratief snippertje dat inzicht geeft in de beginperiode van de beroemdste markt van Nederland. Het laat zien hoe marktkooplui persoonlijk moesten communiceren met de inspectie om hun rechten op een goede plek veilig te stellen wanneer zij door omstandigheden hun papieren niet op tijd konden afhalen. De markt was in die tijd van vitaal belang voor de voedselvoorziening en werkgelegenheid in de snelgroeiende stad Amsterdam. C. He S. Bolle