Archief 745
Inventaris 745-371
Pagina 395
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (kopie/afschrift).

19 juni 1942. Van: Veemarkt en Abattoir, Veelaan 5, Amsterdam. Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis, Amsterdam (Alhier).

Origineel

Getypte brief (kopie/afschrift). 19 juni 1942. Veemarkt en Abattoir, Veelaan 5, Amsterdam. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis, Amsterdam (Alhier). No. 8A/40/1 M.6942 25/5 AFSCHRIFT.
No. 580 L.M. 1942.
VEEMARKT EN ABATTOIR.
Veelaan 5, Amsterdam.

19 Juni 1942.

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Raadhuis,
Alhier.

No. 607 V.A.
Onderwerp: het bekomen van
vet en/of vleesch door dienst.
personeel.

Ik heb de eer U hierbij het volgende te berichten.
Naar aanleiding van de U gerapporteerde gevallen, waarin een werkman bij mijn dienst werd betrapt op het onder zich hebben van op onrechtmatige wijze verkregen vet en/of vleesch op het abattoir, heeft het bestuur van de onderafdeeling Abattoir van het Nederlandsch Arbeidsfront o.m. mijn aandacht gevestigd op het navolgende.

Van bedoelde zijde werd de wenschelijkheid betoogd, mede in verband met de, ten gevolge van zeer geringe slachting, schaarsche uitdeeling door de Plaatselijke Toewijzingscommissie van vet-afval (hutspot) o.m. aan het dienstpersoneel, om zoo mogelijk voor allen die op het abattoir werkzaam zijn, wekelijks een bescheiden hoeveelheid vleesch en vet – buiten de normale distributieregeling – beschikbaar te stellen. Deze maatregel zou moeten dienen ter voorkoming van de thans weer frequenter voorkomende onregelmatigheden, waarvan ernstige strafoplegging het gevolg is.

Daarbij werd gewezen o.a. op het feit, dat aan het personeel aan de Centrale Markt een zekere hoeveelheid aardappelen werd verstrekt.

Zooals U bekend is, heeft dit thans weer van werkliedenzijde naar voren gebracht vraagstuk mijn voortdurende aandacht en ik heb hieromtrent meermalen overleg gepleegd met den Voorzitter der Plaatselijke Toewijzingscommissie tevens Voorzitter van de Landelijke Vakgroep Slagers, hetgeen reeds geleid heeft tot de "hutspot" uitreiking. Van laatstgenoemde zijde werd mij medegedeeld, dat een door de Bedrijfsorganisatie van Vee en Vleesch, mede op mijn aanvraag in overweging genomen wekelijksche verstrekking van een extra-rantsoen gesmolten vet aan meegenoemde personen op het laatste oogenblik door afwijzing van Duitsche zijde afgesprongen was wegens de groote hoeveelheid daarvoor benoodigd vet, daar uiteraard die verstrekking zich over het geheele land zou dienen uit te strekken. In deze brief rapporteert de directie van het Amsterdamsche Abattoir aan de Wethouder voor Levensmiddelen over diefstal van vet en vlees door eigen personeel. De kern van de brief is een pleidooi om het personeel legaal extra rantsoenen te verstrekken (bovenop de normale distributiebonnen) om deze "onregelmatigheden" tegen te gaan.

Er wordt verwezen naar het Nederlandsch Arbeidsfront (NAF), de door de bezetter ingestelde vakorganisatie, die dit voorstel ondersteunt. Men voert aan dat personeel op de Centrale Markt wél extra aardappelen krijgt. Hoewel er al een kleine regeling bestond voor "vet-afval" (hutspot), was een groter plan voor wekelijks extra gesmolten vet door de Duitse autoriteiten afgewezen. De reden voor die afwijzing was dat zo'n regeling dan landelijk ingevoerd zou moeten worden, wat te veel vet zou kosten.

De toon is formeel-ambtelijk, maar de onderliggende spanning is duidelijk: de schaarste dreef werknemers tot diefstal, en de directie zocht naar een pragmatische oplossing binnen het krappe distributiesysteem om de orde te handhaven. Het document dateert uit juni 1942, een periode waarin de voedselvoorziening in bezet Nederland steeds problematischer werd. De distributieregelingen waren streng en tekorten aan vetten en eiwitten waren aan de orde van de dag.

Werknemers op plaatsen waar voedsel werd verwerkt, zoals het abattoir, zaten letterlijk aan de bron. De verleiding om voedsel achterover te drukken was groot, terwijl de straffen van de bezetter onverbiddelijk konden zijn. Dit document illustreert de frictie tussen de lokale behoeften (het personeel tevreden houden en diefstal voorkomen) en de centrale controle van de Duitse bezetter, die elk extraatje voor de Nederlandse bevolking kritisch woog tegenover de eigen behoeften en de nationale distributie. De rol van het Nederlandsch Arbeidsfront (NAF) is hier typerend voor de 'gelijkschakeling' van organisaties tijdens de bezetting.

Samenvatting

In deze brief rapporteert de directie van het Amsterdamsche Abattoir aan de Wethouder voor Levensmiddelen over diefstal van vet en vlees door eigen personeel. De kern van de brief is een pleidooi om het personeel legaal extra rantsoenen te verstrekken (bovenop de normale distributiebonnen) om deze "onregelmatigheden" tegen te gaan.

Er wordt verwezen naar het Nederlandsch Arbeidsfront (NAF), de door de bezetter ingestelde vakorganisatie, die dit voorstel ondersteunt. Men voert aan dat personeel op de Centrale Markt wél extra aardappelen krijgt. Hoewel er al een kleine regeling bestond voor "vet-afval" (hutspot), was een groter plan voor wekelijks extra gesmolten vet door de Duitse autoriteiten afgewezen. De reden voor die afwijzing was dat zo'n regeling dan landelijk ingevoerd zou moeten worden, wat te veel vet zou kosten.

De toon is formeel-ambtelijk, maar de onderliggende spanning is duidelijk: de schaarste dreef werknemers tot diefstal, en de directie zocht naar een pragmatische oplossing binnen het krappe distributiesysteem om de orde te handhaven.

Historische Context

Het document dateert uit juni 1942, een periode waarin de voedselvoorziening in bezet Nederland steeds problematischer werd. De distributieregelingen waren streng en tekorten aan vetten en eiwitten waren aan de orde van de dag.

Werknemers op plaatsen waar voedsel werd verwerkt, zoals het abattoir, zaten letterlijk aan de bron. De verleiding om voedsel achterover te drukken was groot, terwijl de straffen van de bezetter onverbiddelijk konden zijn. Dit document illustreert de frictie tussen de lokale behoeften (het personeel tevreden houden en diefstal voorkomen) en de centrale controle van de Duitse bezetter, die elk extraatje voor de Nederlandse bevolking kritisch woog tegenover de eigen behoeften en de nationale distributie. De rol van het Nederlandsch Arbeidsfront (NAF) is hier typerend voor de 'gelijkschakeling' van organisaties tijdens de bezetting.

Kooplieden in dit dossier 100

A.H. de Haer Uilenburg " 2.667,40
A.H. de Haer Uilenburg " 2.667,40
Abraham Drukker Uilenburg " 1.842,25
A.H. Drukker Uilenburg " 1.842,25
A.H. Klaassens Uilenburg " 1.991,20
A.H. Klaassens Uilenburg " 1.991,20
A.J.I. Barbiers Uilenburg " 1.970,33 **L**
A.J.I. Barbiers Uilenburg " 1.970,33 $L$
B. Felthuis Uilenburg " 1.757,33
B. Felthuis Uilenburg " 1.757,33
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
Bur.Verkiezingen Uilenburg
C. Bakker Uilenburg **ƒ 67.808,43**
C. Bakker Uilenburg **$f$ 67.808,43**
C. Blom Uilenburg " 2.113,09 **L**
C. Blom Uilenburg " 2.113,09 $L$
C.F. Eggelte Uilenburg " 2.070,32
C.F. Eggelte Uilenburg " 2.070,32
C.F. Stegeman Uilenburg
C.L. Buenting Uilenburg " 1.831,19
C.L. Buenting Uilenburg " 1.831,19
E.A. Engelen Uilenburg " 1.750,80
E.A. Engelen Uilenburg " 1.750,80
E.J. Stegeman Uilenburg
Electr. materiaal
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1