Afschrift van een officiële circulaire/mededeling.
Origineel
Afschrift van een officiële circulaire/mededeling. 10 augustus 1942. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). A F S C H R I F T.
WM.
P/B. No. 8a/51/1 M.1942 11/8
G E M E E N T E A M S T E R D A M.
No.1295 Arb.1942
Onderwerp: bijstand gemeente
personeel. Amsterdam, 10 Augustus 1942
In de laatste maanden is het in meerdere gevallen gebleken, dat gemeente-ambtenaren en -werklieden zich aan vermogensdelicten hebben schuldig gemaakt om te trachten hun gezin voor ondergang te behoeden.
Dat door een dergelijke handelwijze het tegenovergestelde van het beoogde doel bereikt werd is duidelijk. Wanneer een gemeente-ambtenaar of -werkman in zorgen zit van welken aard ook, kan hij of zij zich wenden tot den directen chef.
Ik verzoek U maatregelen te treffen, waar mogelijk, ten spoedigsten te helpen om het personeel met raad endaad bij te staan.
Voor moeilijke gevallen kan men zich wenden tot kamer 50 op het Raadhuis.
U gelieve het bovenstaande ter kennis van het personeel te brengen.
De Burgemeester van Amsterdam
w.g. Voûte
Aan Heeren Hoofden van
Diensten en Bedrijven.
Arb.Z. Stadhuis
Aug. '42 A'dam. In deze circulaire spreekt de burgemeester zijn zorgen uit over het feit dat gemeentepersoneel zich schuldig maakt aan "vermogensdelicten" (zoals diefstal, verduistering of fraude). Opvallend is de erkenning van de motivatie: de daders handelen uit bittere noodzaak om hun gezin "voor ondergang te behoeden".
De burgemeester maant de hoofden van diensten aan om preventief op te treden door personeel in financiële of sociale nood "raad en daad" te bieden (in de tekst gespeld als raad endaad). Er wordt verwezen naar de directe chef en naar een specifiek loket, "Kamer 50 op het Raadhuis", als officiële instanties voor hulpverlening. De toon is enerzijds vermanend (misdaad loont niet), maar anderzijds paternalistisch en signalerend voor de diepe armoede die destijds heerste. Het document dateert van augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Edward Voûte, die het document ondertekende, was door de bezetter aangesteld als burgemeester van Amsterdam.
De historische context verklaart de toename in vermogensdelicten onder ambtenaren:
1. Schaarste en inflatie: Door de oorlogseconomie waren primaire levensbehoeften schaars en de prijzen op de zwarte markt torenhoog. Salarissen van lager overheidspersoneel waren vaak ontoereikend om een gezin te voeden.
2. Sociale controle: De bezetter en het collaborerende stadsbestuur waren beducht voor onrust en moreel verval binnen het eigen apparaat.
3. Kamer 50: Dit was destijds de afdeling voor personeelszaken/sociale zaken van de gemeente Amsterdam.
Het document illustreert de precaire sociale situatie in bezet Amsterdam, waarbij zelfs degenen die voor de overheid werkten, soms geen andere uitweg zagen dan criminaliteit om te overleven. B. No M. Gemeente Amsterdam Stadhuis