Ambtelijk dossierstuk (memo/notitie) met voorgedrukte stempel en handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Ambtelijk dossierstuk (memo/notitie) met voorgedrukte stempel en handgeschreven aantekeningen. Verschillende data genoteerd tussen 20 maart 1939 en 7 april 1939. [Rechtsboven:]
883
[Linksboven in stempel:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/55/1 193.9.
DOORGEZONDEN: 20/3
[Bovenaan midden/rechts:]
W. de Wilde pl. no 226 Alb. Cuypstr.
[Rechts, schuin geschreven onder bovenstaande tekst:]
Hr. vellanherbe [?]
advies.
29.3.39
delaer [?]
[Midden van het document:]
Tegen inwilliging verzoek
W. de Wilde bestaat m.i. geen bezwaar.
(zie rapport Chef marktopz)
4-4-39
delaer [handtekening]
[Onderaan:]
Geraff. v/d Dir. Gem. Bel.
7/4.39 [paraf]
7/4-39 [paraf]
"geen bezwaar"
6-4-39
[paraf]
Wher [?]
[Onderaan de pagina:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek ingediend door een zekere W. de Wilde, die houder is van standplaats nummer 226 op de Albert Cuypstraat (Albert Cuypmarkt) in Amsterdam.
De kernboodschap is dat er "geen bezwaar" is tegen het inwilligen van het verzoek. Dit advies is gebaseerd op een rapport van de "Chef marktopz" (chef marktopzicht). Het stuk toont het bureaucratische pad dat een dergelijk verzoek aflegde:
1. 20 maart: Ontvangst of doorzending van het stuk.
2. 29 maart: Vraag om advies.
3. 4 april: Officiële vaststelling dat er geen bezwaar is door een ambtenaar (mogelijk 'delaer').
4. 6 & 7 april: Aftekening door de Directie Gemeentebelastingen ("Dir. Gem. Bel.") en finale parafering.
De vermelding van "Alg. Zaken Model No. 14" duidt op een standaardformulier voor correspondentie of bijlagen binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie in die tijd. De Albert Cuypmarkt, geopend in 1905, was in 1939 al een centrale economische spil in de Amsterdamse Pijp. Het beheer van de markt, inclusief de toewijzing van standplaatsen en het beoordelen van verzoeken van handelaren (zoals voor uitbreiding, overdracht of verandering van koopwaar), was een strikt gereguleerde aangelegenheid uitgevoerd door de gemeente.
In de jaren dertig, een periode van economische herstel na de crisis, waren dergelijke vergunningen van groot levensbelang voor kleine ondernemers. De datum (april 1939) plaatst het document net voor de Duitse inval in Nederland; de ambtelijke molen draaide op dat moment nog op de gebruikelijke, vooroorlogse wijze. De betrokkenheid van de "Directeur Gemeentebelastingen" suggereert dat het verzoek mogelijk ook financiële consequenties had voor de te betalen marktgeld-leges. M. No W. de Wilde Gemeente Amsterdam Marktwezen