Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 33
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte rapportage of ambtelijk verslag (pagina 2).

Origineel

Getypte rapportage of ambtelijk verslag (pagina 2). -2-

Aangezien van vele dezer papier ophalers hun omstandigheden bekend zyn, is het volgende gebleken. Onder hen bevinden zich:
A. Mannen die nachtarbeid verrichten en zelfs gepensionneerden.
B. Steuntrekkenden.
C. Een aantal maatschappelyke schipbreukelingen, in logementen gehuisvest en aan drank verslaafd.
D. Voor een zeer klein deel jonge werklozen.
E. Arbeiders die door belangryke gezinsinkomsten niet voor steun van de Gem. Instelling M. Steun in aanmerking komen.

Hierdoor komt dus wel vast te staan, dat het overgrote deel van deze mensen dit bedryf om byverdiensten uitoefenen.
Dat het minder om de kranten dan om andere artikelen te doen is mag blyken uit het volgende. Het gemiddelde kwantum dat door hen wordt opgehaald, is c.c. 70 K.G. kranten en c.c. 30 K.G. Bont papier per dag.
Hiervoor ontvangt men 70 x 1 cent en 30 x 0.7 cent, totaal 91 cent. Ook dit is gecontrôleerd by de firma Bender, waar een groot deel dezer mensen hun artikelen verkopen. Hiervan moet dus nog de huur van de bakfiets, emballage e.d. af ! Ieder kan begrypen, dat men niet van c.c. 40 cent verdiensten per dag kan bestaan en zelfs als byverdiensten men hiervoor niet zal willen werken. MET HET OPHALEN VAN ALLERLEI ANDERE ARTIKELEN WORDT HUN VERDIENSTENCYFER VERHOOGD, ten nadele der bonafide venters.

Hun werkwyze.
Vele van hen werken in combinaties van twee, drie of meer personen. Zy verdelen hun werk zo, dat de een aangewezen is de opgehaalde papiersoorten te verzorgen en de andere allerlei andere artikelen.

Kinder-exploitatie.
Voor dit bedryf worden de kinderen toch wel op de meest ergerlyke wyze geëxploiteerd, tot het opwekken van medelyden onder de bevolking. De kinderen zyn opzichtig armoedig gekleed zodat zy al direct een medelydende indruk maken op hen, by wien zy om oud papier aanbellen. Vrouwen en kinderen halen de meeste artikelen op en veelal behoren zy tot een gezin. Sommige van deze mensen vinden deze methode nog niet eens sterk genoeg om de nodige medelyden op te wekken en venten met kleine kinderen in hun wagen. In Zuid werd b.v. een vrouw aangetroffen met twee kleine kinderen waarvan een sliep in de wagen, terwyl de vader enige huizen verderop aanbelde. * Sociaaleconomische gelaagdheid: Het document categoriseert de papierophalers in vijf groepen (A t/m E), variërend van gepensioneerden tot "maatschappelijke schipbreukelingen" (daklozen/verslaafden). Dit schetst een beeld van een gemêleerde onderklasse die tracht te overleven buiten het reguliere arbeidscircuit.
* Economische calculatie: Er wordt een gedetailleerde berekening gemaakt van de dagopbrengst (91 cent bruto, circa 40 cent netto na aftrek van kosten zoals bakfietshuur). De conclusie van de rapporteur is dat papier ophalen op zichzelf niet rendabel is, wat suggereert dat de ophalers zich bezighouden met andere (mogelijk illegale of ongewenste) handel of bedelarij.
* Morele veroordeling: De toon van het verslag is veroordelend, met name in de sectie over "Kinder-exploitatie". De rapporteur beschuldigt de ophalers ervan kinderen bewust armoedig te kleden om medelijden op te wekken ("psychologische exploitatie").
* Belangenbehartiging: Het document neemt het op voor de "bonafide venters" (erkende handelaren), die nadeel zouden ondervinden van deze informele papierophalers. Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren dertig van de twintigste eeuw, de periode van de Grote Depressie in Nederland. Tijdens deze crisis was de werkloosheid extreem hoog en de sociale voorzieningen (de "Steun") waren karig en streng gereguleerd. Veel mensen zochten hun toevlucht in de informele sector, zoals het ophalen van oud papier, metalen en lompen.

De vermelding van de "Gem. Instelling M. Steun" verwijst naar de Gemeentelijke Instelling voor Maatschappelijke Steun, die verantwoordelijk was voor de armenzorg. De referentie naar "Zuid" duidt mogelijk op een specifiek stadsdeel in Amsterdam of een andere grote Nederlandse stad. In die tijd ontstonden er veel spanningen tussen de overheid, die de openbare orde en officiële handel wilde reguleren, en de arme bevolking die met creatieve, soms randkerkelijke middelen probeerde te overleven. Het document lijkt een intern politierapport of een verslag van een sociale dienst te zijn, bedoeld om strenger toezicht op deze praktijken te rechtvaardigen.

Samenvatting

  • Sociaaleconomische gelaagdheid: Het document categoriseert de papierophalers in vijf groepen (A t/m E), variërend van gepensioneerden tot "maatschappelijke schipbreukelingen" (daklozen/verslaafden). Dit schetst een beeld van een gemêleerde onderklasse die tracht te overleven buiten het reguliere arbeidscircuit.
  • Economische calculatie: Er wordt een gedetailleerde berekening gemaakt van de dagopbrengst (91 cent bruto, circa 40 cent netto na aftrek van kosten zoals bakfietshuur). De conclusie van de rapporteur is dat papier ophalen op zichzelf niet rendabel is, wat suggereert dat de ophalers zich bezighouden met andere (mogelijk illegale of ongewenste) handel of bedelarij.
  • Morele veroordeling: De toon van het verslag is veroordelend, met name in de sectie over "Kinder-exploitatie". De rapporteur beschuldigt de ophalers ervan kinderen bewust armoedig te kleden om medelijden op te wekken ("psychologische exploitatie").
  • Belangenbehartiging: Het document neemt het op voor de "bonafide venters" (erkende handelaren), die nadeel zouden ondervinden van deze informele papierophalers.

Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren dertig van de twintigste eeuw, de periode van de Grote Depressie in Nederland. Tijdens deze crisis was de werkloosheid extreem hoog en de sociale voorzieningen (de "Steun") waren karig en streng gereguleerd. Veel mensen zochten hun toevlucht in de informele sector, zoals het ophalen van oud papier, metalen en lompen.

De vermelding van de "Gem. Instelling M. Steun" verwijst naar de Gemeentelijke Instelling voor Maatschappelijke Steun, die verantwoordelijk was voor de armenzorg. De referentie naar "Zuid" duidt mogelijk op een specifiek stadsdeel in Amsterdam of een andere grote Nederlandse stad. In die tijd ontstonden er veel spanningen tussen de overheid, die de openbare orde en officiële handel wilde reguleren, en de arme bevolking die met creatieve, soms randkerkelijke middelen probeerde te overleven. Het document lijkt een intern politierapport of een verslag van een sociale dienst te zijn, bedoeld om strenger toezicht op deze praktijken te rechtvaardigen.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →