Getypte notulen/verslag van een commissievergadering (pagina 16).
Origineel
Getypte notulen/verslag van een commissievergadering (pagina 16). 25 november 1937 en 11 december 1937. -16-
voldaan.
w.g. S. Presser.
Amsterdam, 25 November 1937.
De Voorzitter leest een briefje voor van het oud-lid der Commissie, den heer Cohen, van den volgenden inhoud:
POLITIE TE AMSTERDAM.
AMSTERDAM, 11 Dec. 1937.
Naar aanleiding van de, door my ontvangen, nota van den Alg. Ventersbond zou ik U gaarne het navolgende willen mededeelen en wel schriftelyk, omdat ik vermoedelyk de vergadering onzer Commissie, waarin de nota zal worden behandeld, niet zal bywonen.
Ik heb n.l. by my thuis opdracht gegeven de oude kranten niet meer aan een "kranteman", maar voortaan slechts - zonder vergoeding - aan lompenventers mede te geven.
Dit nu is twee malen geschied, waarby, tot myn verwondering, gebleken is, dat de lompenventers slechts met tegenzin de kranten medenamen.
Beiden zeiden, gelykluidend, aan kranten niets te hebben en vroegen of wy niets anders hadden. Tenslotte hebben ze toch de kranten medegenomen, z.g. om ons "een plezier" te doen.
Het komt my gewenscht voor, dat onze Commissie met deze mentaliteit op de hoogte is.
Het Lid der Commissie,
w.g. L.A.A. Cohen.
De heer Presser verzoekt een aanvulling van zyn nota te mogen geven.
Spreker deelt mede, dat een Roomsch-Katholieke Vereeniging in de stadswyk Zuid partyen opgehaalde goederen regelmatig verkoopt aan venters. Het karakter van liefdadigheid gaat daarmede verloren. Spreker verklaart voorts, dat zyn organisatie een stelsel uitwerkt, teneinde het ophalen van papier e.d. te organiseeren. Het is echter gewenscht om hiernaast nog een aanvulling der Dit document vormt een interessant verslag van de sociaal-economische dynamiek in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De kern van het document draait om de ordening van de straathandel en de inzameling van herbruikbare materialen (papier en lompen).
Opvallende punten:
* Economische waarde van afval: De anekdote van de heer Cohen illustreert dat oude kranten eind 1937 blijkbaar weinig marktwaarde hadden voor "lompenventers", die liever textiel of metaal ophaalden. De venters namen de kranten enkel mee als gunst ("om ons een plezier te doen").
* Spanning tussen liefdadigheid en handel: De heer Presser (Jacques Presser) bekritiseert een katholieke vereniging in Amsterdam-Zuid. Hij stelt dat het verkopen van opgehaalde goederen aan professionele venters het "karakter van liefdadigheid" aantast. Dit duidt op een conflict tussen charitatieve instellingen en de georganiseerde beroepshandel (de Ventersbond).
* Organisatiegraad: Presser kondigt aan dat zijn organisatie (waarschijnlijk de Algemene Ventersbond of een verwante bond) een systeem uitwerkt om de inzameling van papier te professionaliseren en te centraliseren. De "S. Presser" in het document is zeer waarschijnlijk Jacques (Sem) Presser (1899-1970), de latere beroemde historicus en auteur van Ondergang. In de jaren '30 was hij sociaal zeer actief, onder meer binnen de vakbeweging en socialistische organisaties. Hij hield zich in deze periode intensief bezig met de rechten en de organisatie van de 'kleine man', waartoe de straatventers behoorden.
De Algemene Ventersbond behartigde de belangen van de duizenden straathandelaren die Amsterdam rijk was. In de crisisjaren '30 was de straathandel voor velen een laatste redmiddel tegen de armoede, maar de overheid probeerde dit met strenge verordeningen en commissies (zoals de commissie waar dit verslag naar verwijst) te reguleren. De discussie over het ophalen van papier en lompen raakte direct aan de broodwinning van deze kwetsbare groep.