Handgeschreven ambtelijke notitie/memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memorandum. M. e. m.
Onder terugzending van de met
Uw schrijven d.d. 18 Juli j.l. om advies
ontvangen stukken, no. 70/1526 17.42
en onder verwijzing naar mijn brief d.d.
17 Aug. j.l. no. 18/23/4 17., bericht ik U,
dat adressant thans na oproeping niets
meer van zich laat hooren.
Ik heb de eer U te adviseeren, deze
aangelegenheid voorloopig als afgedaan te
beschouwen.
[rood potlood:] 18/23/5
[paraaf, onleesbaar] * Stijl en register: Het document is geschreven in een formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit de eerste helft van de 20e eeuw. Gebruik van afkortingen zoals "d.d." (de dato), "j.l." (jongstleden) en de beleefdheidsformule "Ik heb de eer U te adviseeren" zijn typerend voor deze periode.
* Inhoud: De schrijver reageert op een adviesaanvraag van 18 juli. Hij refereert aan een eerdere eigen brief van 17 augustus. De kern van de mededeling is dat de persoon over wie de zaak gaat ("adressant") niet heeft gereageerd op een officiële oproeping. Hierdoor adviseert de schrijver om het dossier voorlopig als afgehandeld ("afgedaan") te beschouwen.
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, hellend 'humanistisch' cursief. De letters zijn goed gevormd, wat duidt op een geoefende schrijver (klerk of ambtenaar). De rode cijfers onderaan zijn waarschijnlijk later door een archivaris toegevoegd voor dossierordening. Dit briefje is een typisch voorbeeld van interne correspondentie binnen een overheidsinstelling of militair apparaat. Het feit dat er sprake is van een "oproeping" waar niet op is gereageerd, suggereert een administratieve procedure waarbij de medewerking van een burger of ondergeschikte vereist was (bijvoorbeeld bij een pensioenaanvraag, keuring of juridisch geschil). De nummers zoals "18/23/4" en "70/1526" duiden op een complex registratiesysteem, wat vaak voorkwam bij departementen zoals Oorlog of Financiën in de jaren rond de Eerste Wereldoorlog. De zaak wordt niet definitief gesloten, maar "voorloopig" geparkeerd omdat de tegenpartij verstek laat gaan.
Samenvatting
- Stijl en register: Het document is geschreven in een formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit de eerste helft van de 20e eeuw. Gebruik van afkortingen zoals "d.d." (de dato), "j.l." (jongstleden) en de beleefdheidsformule "Ik heb de eer U te adviseeren" zijn typerend voor deze periode.
- Inhoud: De schrijver reageert op een adviesaanvraag van 18 juli. Hij refereert aan een eerdere eigen brief van 17 augustus. De kern van de mededeling is dat de persoon over wie de zaak gaat ("adressant") niet heeft gereageerd op een officiële oproeping. Hierdoor adviseert de schrijver om het dossier voorlopig als afgehandeld ("afgedaan") te beschouwen.
- Paleografie: Het handschrift is een vlot, hellend 'humanistisch' cursief. De letters zijn goed gevormd, wat duidt op een geoefende schrijver (klerk of ambtenaar). De rode cijfers onderaan zijn waarschijnlijk later door een archivaris toegevoegd voor dossierordening.
Historische Context
Dit briefje is een typisch voorbeeld van interne correspondentie binnen een overheidsinstelling of militair apparaat. Het feit dat er sprake is van een "oproeping" waar niet op is gereageerd, suggereert een administratieve procedure waarbij de medewerking van een burger of ondergeschikte vereist was (bijvoorbeeld bij een pensioenaanvraag, keuring of juridisch geschil). De nummers zoals "18/23/4" en "70/1526" duiden op een complex registratiesysteem, wat vaak voorkwam bij departementen zoals Oorlog of Financiën in de jaren rond de Eerste Wereldoorlog. De zaak wordt niet definitief gesloten, maar "voorloopig" geparkeerd omdat de tegenpartij verstek laat gaan.