Doorslag van een officiële brief/ambtelijke correspondentie.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/ambtelijke correspondentie. 22 augustus 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst). [Linksboven in groen potlood:] Verzonden 22/8
[Rechtsboven:] vD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
20/17/4 M. 2. 22 Augustus 1942.
teruggaaf vent-
vergunning ten
name van G. Oudhof.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 6 dezer om nader advies ontvangen stukken No. 71/34 L.M.1942 heb ik de eer U te berichten, dat nu adressant zich niet voor een plaats op de markt aan de Beethovenstraat heeft laten inschrijven, er mijnerzijds niet langer bezwaar bestaat, dat zijn op 25 Februari 1935 wegens ventschuld ingetrokken ventvergunning serie 19 No. 48 opnieuw wordt verleend.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies betreffende de heruitgifte van een ventvergunning aan een zekere heer G. Oudhof. Uit de tekst blijkt dat de vergunning van Oudhof al in 1935 was ingetrokken vanwege een "ventschuld" (onbetaalde marktgeld- of vergunningsrechten).
De directeur van de betreffende dienst adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen positief over het herstel van deze vergunning. De doorslaggevende reden voor dit positieve advies is dat de aanvrager ("adressant") zich niet heeft ingeschreven voor een standplaats op de markt aan de Beethovenstraat. Blijkbaar vormde een eventuele dubbele claim of aanwezigheid op die specifieke locatie eerder een belemmering. Met het wegvallen van die inschrijving is het bezwaar tegen het opnieuw verlenen van zijn oude vergunning (serie 19 No. 48) opgeheven. Het document dateert van augustus 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de schaarste en de distributie van voedsel.
De vermelding van de Beethovenstraat in Amsterdam is historisch saillant. De markt aan de Beethovenstraat en de omliggende buurt kenden in die tijd een grote concentratie Joodse bewoners en handelaren. In 1941 en 1942 voerden de bezetters steeds strengere beperkingen in voor Joodse straathandelaren en marktkooplieden (zij mochten vaak alleen nog op specifieke 'Joodse markten' staan). Hoewel dit document een puur administratieve kwestie lijkt te behandelen (een schuld uit 1935), past de strikte regulering van wie waar mag verkopen in het bredere kader van de bureaucratische controle op de economie en de openbare ruimte tijdens de bezettingsjaren.