Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (fragment van een verordening/vergunningsvoorschrift).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (fragment van een verordening/vergunningsvoorschrift). 16 september 1942. [Bovenzijde, handgeschreven in zwarte inkt:]
Indie mevr. Wolf moet
uitverkoopen, zal zij m.i.
toch daartoe de gelegenheid moe-
ten worden gesteld.
Dit mag zij dan alleen
maar op een marktplaats
doen. Zij zal daartoe m.i.
tijdelijk een plaats moeten
innemen op een der markten
en men kan m.i. worden
bericht, dat zij, zoodra
zij opdracht krijgt
willen verkoopen
[Gedrukte tekst in het midden, gedeeltelijk overstempeld:]
8e. in de Camperstraat, op den Iepenweg en op het Iepen-
plein, alsmede op den openbaren weg binnen een afstand
van 25 meter van bovengenoemde wegen, behalve voor
zoover betreft de Eerste, Tweede en Derde Oosterpark-
straat, waar het venten en opkoopen is verboden tot
50 meter van de Camperstraat, den Iepenweg en het
Iepenplein.
Onder A van het Ventverbod vermeld in de Vent- en
opkoopersvergunningen wordt toegevoegd:
[Stempels:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR
[Paraaf]
[Onderzijde, handgeschreven in zwarte inkt:]
zich maar weer op-
nieuw met haar verzoek
tot de Directeur van het
Marktwezen moet wenden.
16-9-42 [onleesbare handtekening/naam, mogelijk 'deltaen']
[In de linkermarge, verticaal in rood potlood:]
Zoodra Wolf m.i. buiten de markten op straat komt heeft het Marktwezen niets meer met haar te doen. Dit document is een ambtelijk advies of besluit met betrekking tot de handelsactiviteiten van een "mevrouw Wolf". De term "uitverkoopen" in combinatie met de datum (september 1942) wijst zeer waarschijnlijk op de gedwongen liquidatie van een Joodse onderneming onder de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
De ambtenaar (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen) stelt voor dat zij haar resterende voorraad mag verkopen, maar uitsluitend op een officiële marktlocatie. De gedrukte tekst onderstreept dat venten (straatverkoop) in die specifieke straten verboden is. De rode tekst in de marge benadrukt de bureaucratische grens: de Dienst Marktwezen is alleen verantwoordelijk voor wat er op de markt gebeurt; zodra mevrouw Wolf de straat op gaat met haar goederen, valt zij buiten hun bevoegdheid (en riskeert zij vervolging voor illegaal venten). In 1942 was de onteigening van Joodse bezittingen in volle gang. Joodse winkeliers moesten hun zaken overdragen aan 'Verwalters' of liquideren. Dit document illustreert de kille, ambtelijke precisie waarmee deze processen werden gefaciliteerd door Nederlandse instanties. De genoemde locaties (Camperstraat, Iepenweg) bevonden zich in de Oosterparkbuurt, een wijk die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende. Mevrouw Wolf probeerde blijkbaar binnen de nauwe marges van de toenmalige wetgeving haar goederen nog legaal te verkopen. Wolf probeerde (Mevrouw) Marktwezen