Brief (concept of afschrift)
Origineel
Brief (concept of afschrift) 25 september 1942 (datum van verzending) Onbekend (vermoedelijk een gemeentelijke marktdienst of de afdeling markten) De Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau 20/28/1
Aan den Dir.
Gewest. Arbeidsbureau
Bij besluit van Burgemeester &
Wethouders d.d. 13 December 1940
(no. 307 h.u. 40.) is mij machtiging
verleend om v.a. aan houders van
vaste plaatsen op de dag- en
weekmarkten vrijstelling van
betaling van marktgelden te
verleenen bij tewerkstelling in
Duitschland, indien onze ^(tewerkstelling)^
aanwijzing geschiedt.
In verband hiermede verzoek ik
u beleefd mij mede te deelen of
W.H. de Jong, geboren 30 April 1918,
wonende Herm. Costerplein 14, alhier,
na uw aanwijzing is tewerkgesteld
in Duitschland en indien dat het
geval is de datums waarop die
heeft plaats gevonden.
D.D.
Exp 25/9 42 De kern van dit document is een verzoek om verificatie. Een specifieke burger, W.H. de Jong (geboren in 1918), staat geregistreerd als houder van een vaste marktplaats. Volgens een gemeentelijk besluit uit 1940 hoeven dergelijke marktkooplieden geen staangeld te betalen als zij door de bezetter gedwongen tewerkgesteld zijn in Duitsland. De ambtenaar vraagt aan het Arbeidsbureau of deze persoon inderdaad is uitgezonden en voor welke periode, om te kunnen bepalen of de vrijstelling van marktgelden terecht is.
De vermelding van het "Herm. Costerplein" (Herman Costerplein) in combinatie met de marktgelden duidt zeer sterk op de stad Den Haag, waar de bekende Haagse Markt aan dit plein grenst. Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische realiteit van de Duitse bezetting in Nederland. Vanaf 1942 werd de Arbeidseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland) steeds strenger gehandhaafd. Voor zelfstandige ondernemers zoals marktkraamhouders betekende dit dat zij hun nering moesten staken.
Het besluit van de Burgemeester en Wethouders uit december 1940 toont aan dat de lokale overheid al vroeg probeerde regelingen te treffen voor de financiële gevolgen van deze tewerkstelling. Het feit dat de gemeente deze informatie moet opvragen bij het Gewestelijk Arbeidsbureau (een instantie die onder sterk toezicht van de bezetter stond) laat zien hoe verschillende administratieve lagen met elkaar moesten communiceren om sociale regelingen uit te voeren. D.D.
Samenvatting
De kern van dit document is een verzoek om verificatie. Een specifieke burger, W.H. de Jong (geboren in 1918), staat geregistreerd als houder van een vaste marktplaats. Volgens een gemeentelijk besluit uit 1940 hoeven dergelijke marktkooplieden geen staangeld te betalen als zij door de bezetter gedwongen tewerkgesteld zijn in Duitsland. De ambtenaar vraagt aan het Arbeidsbureau of deze persoon inderdaad is uitgezonden en voor welke periode, om te kunnen bepalen of de vrijstelling van marktgelden terecht is.
De vermelding van het "Herm. Costerplein" (Herman Costerplein) in combinatie met de marktgelden duidt zeer sterk op de stad Den Haag, waar de bekende Haagse Markt aan dit plein grenst.
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische realiteit van de Duitse bezetting in Nederland. Vanaf 1942 werd de Arbeidseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland) steeds strenger gehandhaafd. Voor zelfstandige ondernemers zoals marktkraamhouders betekende dit dat zij hun nering moesten staken.
Het besluit van de Burgemeester en Wethouders uit december 1940 toont aan dat de lokale overheid al vroeg probeerde regelingen te treffen voor de financiële gevolgen van deze tewerkstelling. Het feit dat de gemeente deze informatie moet opvragen bij het Gewestelijk Arbeidsbureau (een instantie die onder sterk toezicht van de bezetter stond) laat zien hoe verschillende administratieve lagen met elkaar moesten communiceren om sociale regelingen uit te voeren.