Archiefdocument
Origineel
30 april 1942 De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst) de fa. H. Hubers & Zoon, Brandstoffenhandelaar, Noordermarkt, Amsterdam-Centrum [Linksboven handgeschreven:] Jenaken G
[Rechtsboven handgeschreven:] A. Müller [onzeker]
M/HG.
de fa. H. Hubers & Zoon,
Brandstoffenhandelaar,
Noordermarkt
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
21/7/5 M. 30 April 1942.
In aansluiting op de missive van den Burgemeester van
15 April jl. bericht ik U, dat na aftrek van den door den Burge-
meester van Amsterdam verleende kwijtschelding door U moet worden
betaald aan marktgeld voor het kalenderjaar 1942 een bedrag groot
ƒ 297,-. Van dit bedrag is door U reeds ƒ 159,- voldaan, zoodat nog
betaald moet worden ƒ 297,- - ƒ 159,- = ƒ 138,-, welk bedrag door U
in twee termijnen elk groot ƒ 69,- vervallende op 1 Juli en 1 Octo-
ber a.s. moet worden voldaan.
De Directeur, Het document betreft een zakelijke mededeling over de betaling van standplaatsgelden (marktgeld). De firma H. Hubers & Zoon, een brandstoffenhandel gevestigd aan de Noordermarkt in Amsterdam, krijgt bericht over de resterende schuld voor het kalenderjaar 1942.
Enkele opvallende punten:
* Financiële afwikkeling: Het oorspronkelijke bedrag was ƒ 297,-. Er is blijkbaar sprake van een kwijtschelding door de burgemeester (mogelijk vanwege de oorlogsomstandigheden), waardoor na aftrek van reeds betaalde gelden (ƒ 159,-) nog ƒ 138,- openstaat.
* Betalingsregeling: Het restant moet in twee termijnen van ƒ 69,- betaald worden op 1 juli en 1 oktober 1942.
* Spelling: De tekst hanteert de oude spelling (zoals "den", "missive", "zoodat"). De brief is opgesteld in april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Noordermarkt was in die tijd een belangrijke plek voor de handel in dagelijkse levensbehoeften en brandstoffen. Brandstoffenhandelaren (zoals de ontvanger) waren essentieel voor de energievoorziening, die tijdens de oorlog steeds meer onder druk kwam te staan door rantsoenering.
De tussenkomst van de Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) voor kwijtschelding suggereert dat er collectieve of individuele regelingen waren voor ondernemers die door de oorlogsomstandigheden in de knel kwamen. De wijkvermelding "Wijk 9" verwijst naar de oude administratieve indeling van de stad Amsterdam. De handgeschreven aantekeningen zijn waarschijnlijk parafen voor akkoord of archiefinstructies van ambtenaren.