Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 77
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambbtelijke brief/memorandum.

15 mei 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van een marktwezen-instantie in Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambbtelijke brief/memorandum. 15 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van een marktwezen-instantie in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven tekst bovenaan]
M. Müller
verzonden 16/5
vB/B.

[Getypte tekst]
21/16/2M.
15 Mei 1942.

Kwijtschelding
brandstoffenmarktgeld.
t/n v. fa. J.G.v.d.Haak.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.G.v.d.Haak, Egelantiersgracht 74, die voor het kalenderjaar 1942 met een vaartuig, groot 43 ton, ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, met ingang van 1 Mei 1942 zijn zaak heeft opgeheven. Van der Haak voornoemd, wiens vaartuig 8 Mei j.l. van de markt is vertrokken, verzoekt hem restitutie en kwijtschelding van marktgeld te verleenen.
Van het terzake verschuldigde marktgeld zijn twee termijnen ad. totaal ƒ 21.50 voldaan. Indien v.d.Haak zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij verschuldigd zijn geweest: 4x43xƒ0.10=ƒ17.20+2x43xƒ0.025=ƒ2.15 is tezamen ƒ 19.35, zoodat aan Van der Haak voornoemd restitutie ware te verleenen tot een bedrag van ƒ 21.50-ƒ 19.35=ƒ 2.15 en kwijtschelding van de resteerende twee termijnen zijnde een bedrag van ƒ 21,50.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij besluit van den Burgemeester krachtens de bepalingen van artikel 36 van de verordening op de heffing van markt-standplaats-en ventgelden aan Van der Haak restitutie van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van ƒ 2.15 en krachtens de bepalingen van artikel 10 van deze verordening kwijtschelding van marktgeld tot een bedrag van ƒ 21.50.

De Directeur, Het document is een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de wethouder om een financiële regeling te treffen voor een brandstoffenhandelaar, J.G. van der Haak. De handelaar heeft zijn bedrijf aan de Egelantiersgracht op 1 mei 1942 beëindigd.

De kern van de brief is een precieze berekening:
* Van der Haak had al 21,50 gulden aan marktgeld betaald.
* Op basis van de werkelijke tijd dat zijn schip (43 ton) nog op de markt lag (tot 8 mei), zou hij naar rato 19,35 gulden verschuldigd zijn.
* De directeur stelt voor om het verschil (2,15 gulden) terug te betalen (restitutie) en de nog openstaande termijnen (21,50 gulden) kwijt te schelden.

Het verzoek wordt onderbouwd met specifieke artikelen (10 en 36) uit de geldende marktverordening en wordt gedaan op "gronden van billijkheid". De brief dateert uit mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de schaarste en de distributie van goederen. Brandstof (zoals kolen en turf) was strikt gerantsoeneerd en de handel vond vaak plaats vanaf schepen op aangewezen markten.

De bedrijfsbeëindiging van Van der Haak kan wijzen op de moeilijke economische omstandigheden of gebrek aan voorraad tijdens de oorlogsjaren. Opvallend is dat, ondanks de oorlogssituatie, de gemeentelijke bureaucratie en de nauwkeurige financiële afwikkeling volgens de geldende verordeningen gewoon doorgang vonden. De genoemde Egelantiersgracht ligt in de Amsterdamse Jordaan, een buurt waar vanouds veel kleinschalige handel en transport via het water plaatsvond.

Samenvatting

Het document is een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de wethouder om een financiële regeling te treffen voor een brandstoffenhandelaar, J.G. van der Haak. De handelaar heeft zijn bedrijf aan de Egelantiersgracht op 1 mei 1942 beëindigd.

De kern van de brief is een precieze berekening:
* Van der Haak had al 21,50 gulden aan marktgeld betaald.
* Op basis van de werkelijke tijd dat zijn schip (43 ton) nog op de markt lag (tot 8 mei), zou hij naar rato 19,35 gulden verschuldigd zijn.
* De directeur stelt voor om het verschil (2,15 gulden) terug te betalen (restitutie) en de nog openstaande termijnen (21,50 gulden) kwijt te schelden.

Het verzoek wordt onderbouwd met specifieke artikelen (10 en 36) uit de geldende marktverordening en wordt gedaan op "gronden van billijkheid".

Historische Context

De brief dateert uit mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de schaarste en de distributie van goederen. Brandstof (zoals kolen en turf) was strikt gerantsoeneerd en de handel vond vaak plaats vanaf schepen op aangewezen markten.

De bedrijfsbeëindiging van Van der Haak kan wijzen op de moeilijke economische omstandigheden of gebrek aan voorraad tijdens de oorlogsjaren. Opvallend is dat, ondanks de oorlogssituatie, de gemeentelijke bureaucratie en de nauwkeurige financiële afwikkeling volgens de geldende verordeningen gewoon doorgang vonden. De genoemde Egelantiersgracht ligt in de Amsterdamse Jordaan, een buurt waar vanouds veel kleinschalige handel en transport via het water plaatsvond.

Gerelateerde Documenten 6