Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefexemplaar).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefexemplaar). 12 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). VP/HG.
25/89/2 M. Verzonden 12/6 [handgeschreven]
12 Juni 1939.
den Heer Secretaris van de Venters
& Marktkoopliedenvereeniging
"Ons Belang",
2e Helmersstraat 37 hs,
Amsterdam-West.
Wijk 21.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 dezer (No.286
Ltr.M/A) bericht ik U, dat de door U bedoelde overschrijving
van de marktplaats van den koopman M.Ortje heeft plaats gevon-
den op 23 Mei 1938. Ter vergadering van de Commissie van Advies
voor de Markten d.d. 10 October 1938 is de overdracht van
marktplaatsen besproken. Dezerzijds is toen meegedeeld, dat in
enkele zeer bijzondere gevallen de plaats is overgeschreven op
den vervanger of den assistent van den plaatshouder, waarbij
gebruik is gemaakt van artikel 31 (tegenwoordig artikel 35)
van het Reglement op de Markten; (vide bladzijde 4 der notulen
onderaan). Een der toentertijd bedoelde gevallen was juist dat
van den heer Ortje, dat een aantal maanden tevoren was gere-
geld. In de vorenvermelde Commissievergadering is afgesproken,
dat de Voorzitter, alvorens andermaal artikel 31 (tegenwoordig
artikel 35) van het Reglement toe te passen, overleg met de
Commissie zou plegen. Sedertdien is dan ook geen overdracht
van marktplaatsen meer toegestaan.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke reactie op een navraag van de marktkoopliedenvereniging "Ons Belang". De kern van het schrijven is de verantwoording van het beleid rondom de overdracht van marktstandplaatsen.
De brief verduidelijkt dat de overdracht van de standplaats van koopman M. Ortje in mei 1938 plaatsvond op basis van een uitzonderingsbepaling in het Marktreglement (artikel 31, later 35), die overdracht aan een vervanger of assistent toeliet in "zeer bijzondere gevallen". Echter, naar aanleiding van een commissievergadering in oktober 1938, is besloten dit beleid aan te scherpen. De voorzitter mag dit artikel niet meer zelfstandig toepassen zonder overleg met de Commissie van Advies. De brief eindigt met de mededeling dat er sinds die aanscherping feitelijk geen overdrachten meer zijn toegestaan, wat duidt op een strenger wordend regime wat betreft marktvergunningen. Het document dateert van juni 1939, een periode van grote economische en politieke spanning, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De markthandel in Amsterdam was strikt gereguleerd door de gemeente. Belangenverenigingen zoals "Ons Belang" speelden een cruciale rol in het bemiddelen tussen de individuele koopman en de bureaucratie.
De genoemde naam "M. Ortje" is historisch relevant; de familie Ortje was een bekende Joodse familie van marktkooplieden in Amsterdam (o.a. op de Waterloopleinmarkt). In de context van 1939 is de regulering van marktplaatsen extra beladen, aangezien veel Joodse Amsterdammers afhankelijk waren van de ambulante handel voor hun inkomen. De ambtelijke toon van de brief maskeert de precaire positie waarin veel van deze kleine zelfstandigen zich bevonden door de steeds strengere regelgeving. G. de Haan M. Verzonden M. Ortje Secretaris van (De heer)