Contractuele overeenkomst / administratieve verordening.
Origineel
Contractuele overeenkomst / administratieve verordening. N.B. De transcriptie volgt de oorspronkelijke spelling en interpunctie.
Art. 1.
Partij ter andere zijde verplicht zich tegenover de par-
tij ter eene zijde, op de Centrale Markt en, indien noodig,
buiten die Markt in pakhuizen of andere objecten, die daartoe
door partij ter eene zijde gehuurd worden, op te slaan en al-
daar gedurende de in art. 2 bedoelde periode opgeslagen te
houden, de door de Handelsafdeeling van de Nederlandsche
Groenten- en Fruitcentrale(Bureau Velders) voor den winterop-
slag naar de Gemeente Amsterdam te zenden en voor deze ge-
meente bestemde stapelproducten, te weten koolrapen, uien,
wortelen en kool tot een kwantum van ongeveer 400 wagons van
10.000 kg. groenten.
Indiën door de in het eerste lid genoemde afdeeling(Bu-
reau Velders) in Den Haag meer goederen dan in het vorige lid
van dit artikel bedoeld gezonden worden, zullen deze ook op
de wijze, in dit artikel bedoeld, worden opgeslagen. Indien
daartegen van de zijde van een of beide partijen bezwaar zal
worden gemaakt, rust de beslissing bij genoemd Bureau.
De in dit artikel bedoelde goederen zullen het eigendom
van partij ter andere zijde zijn, die dan ook zorg draagt voor
de goederen tijdens den opslag.
Partij ter andere zijde verplicht zich, de opgeslagen
groente zoo goed mogelijk te verzorgen, teneinde achteruit-
gang in kwaliteit zooveel mogelijk tegen te gaan en voor zoo-
ver noodig en mogelijk geleidelijk om te wisselen met nieuw
aangevoerde groenten van dezelfde soort en kwaliteit.
Art. 2.
De periode gedurende welke de in art. 1 bedoelde voorra-
den op de Centrale Markt en in de pakhuizen in de stad aanwe-
zig moeten zijn, loopt van 1 December 1942 tot en met 30 April
1943.
Partijen verplichten zich op 15 Februari 1943, of zooveel
eerder als partijen dat gewenscht achten, met elkaar te over-
leggen of het, in verband met weers- of andere omstandigheden
wenschelijk is, een gedeelte van den voorraad voor den ver-
koop vrij te geven, ook indien geen vervanging door andere
stapelgroenten meer mogelijk is.
Indien op een tijdstip na 1 April 1943 partij ter andere
zijde van oordeel is, dat bepaalde partijen van den voorraad
van de hand gedaan moeten worden in verband met de kwaliteit
of in verband met de mogelijkheid, dat bij langer aanhouden
er in den handel geen afzet meer voor te vinden is, doch par-
tij ter eene zijde meent, die voorraad nog niet voor den ver-
koop vrij te moeten geven, verplicht partij ter eene zijde
zich, deze partijen voor den veilingprijs van dien dag over te
nemen.
Art. 3.
De in art. 1 genoemde goederen, welke partij ter andere
zijde in de opslagruimte, in dat artikel bedoeld, heeft opge-
slagen, worden aldaar door partij ter andere zijde aan partij
ter eene zijde in bewaring gegeven, waarbij partij ter eene
zijde geen aansprakelijkheid aanvaardt ten aanzien van bedoel-
de goederen. * Taalgebruik: De tekst is opgesteld in een formele, ambtelijk-juridische stijl met typisch vroeg-20e-eeuwse spelling (bijv. "eene", "Nederlandsche", "kwantum", "zooveel"). In de tweede alinea staat een opvallende typefout of archaïsche schrijfwijze: "Indiën".
* Inhoud: Het document legt de logistieke en financiële risico's vast rond de voedselvoorraad. Opvallend is dat de opslaghouder eigenaar blijft van de goederen, maar dat de gemeente/centrale bepaalt wanneer er verkocht mag worden. De onderstreepte passage in Artikel 2 vormt de kern van een financiële garantie voor de leverancier: als de gemeente verkoop tegenhoudt terwijl de groente dreigt te bederven, moet de gemeente deze zelf afnemen tegen de dagprijs.
* Visuele kenmerken: Het betreft een doorslag of origineel op dun typemachinepapier. De handgeschreven letters 'a', 'b' en 'c' in de marge duiden op een latere bestudering van specifieke bedingen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de volledige regie voerde over de voedseldistributie. De grootschalige opslag van "stapelproducten" was essentieel om de honger in de grote steden tijdens de wintermaanden te beheersen. De genoemde 400 wagons (4 miljoen kilo aan groenten) was een aanzienlijke strategische voorraad voor Amsterdam in een tijd van toenemende schaarste. De datum van de rode aantekening (januari 1943) valt midden in de besproken winterperiode.