Handgeschreven ambtelijke notulen of besprekingsverslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notulen of besprekingsverslag. winteropslag met voorbe (3
houd geval Broese.
v. M. stelt voor, dat comm. opneemt
van gemeente op basis vorig
jaar en hoeveelheden n.l.
15 kg. per hoofd.
Dijkstra. 400 wagons. Is zeer veel
meer dan we hebben gehad.
opslag is natuurlijk mogelijk.
Is nog buiten de keukens.
Wel zullen er de koolsoorten
in zitten.
v. Meurs. dit betreft: winteropslag
dus buiten gewone dage-
lijksche behoefte.
Moeten nu beginnen tot
en met half Juni
gesteld echter, dat in het
voorjaar zeer slap
zijn, dan moet mogelijkheid
aanwezig zijn om te
ruimen. Moeten niet zon-
der meer tot Juni vasthouden.
Dijkstra verstandig is om half Febr.
situatie te bekijken, net
als vorige jaren. De tekst betreft een zakelijk overleg over de logistiek en omvang van de wintervoorraad van voedsel, specifiek groenten (koolsoorten). De kernpunten zijn:
* Kwanteit: Er wordt gesproken over een enorme hoeveelheid van 400 spoorwagons, wat meer is dan in voorgaande jaren. De toewijzing is gebaseerd op een rantsoen van 15 kg per hoofd van de bevolking.
* Opslaglocatie: De opslag staat los van de voorraden voor de "keukens" (vermoedelijk de Centrale Keukens).
* Strategie: v. Meurs benadrukt dat dit een extra reserve is bovenop de dagelijkse behoefte. Er is bezorgdheid over de marktomstandigheden in het voorjaar ("zeer slap"). Men wil de mogelijkheid openhouden om de voorraad voortijdig te "ruimen" (verkopen of distribueren) in plaats van deze star tot juni vast te houden als de kwaliteit of marktpositie verslechtert.
* Evaluatie: Dijkstra stelt voor om in februari een meetmoment in te lassen, conform de werkwijze van eerdere jaren. Dit document dateert hoogstwaarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De genoemde "Centrale Keukens" werden tijdens de bezetting in veel steden ingericht om de bevolking van (goedkope) maaltijden te voorzien naarmate voedsel schaarser werd. De centrale planning van "winteropslag" en de berekening "per hoofd" wijzen op een strikt gereguleerde voedseldistributie. De grote hoeveelheid (400 wagons) suggereert dat dit overleg plaatsvond op het niveau van een grote gemeente of een regionaal bureau van de Voedselvoorziening. De genoemde personen (Dijkstra, Van Meurs) waren waarschijnlijk ambtenaren of logistiek deskundigen verantwoordelijk voor de civiele voedselzekerheid.