Administratieve notitie / Verslag van overleg.
Origineel
Administratieve notitie / Verslag van overleg. 16 november 1942 (verwijst naar een brief van 15 oktober 1942). winteropslag 1942 / 1943
Dir. v. Meurs., Sieb., Dijkstra,
Kramer, Bood
16 Nov. 1942
v. Meurs brief 15 Oct. 1942 v[an]
N. G. C. Valstar i. z. Gem. Bestuur
voorraadvorming groenten.
5 kg. per hoofd etc.
Gem. staat op standpunt,
dat handel het moet doen.
Hieromtrent overeenkomst.
Gaat hier echter niet alleen
om peen, uien, rapen,
doch ook kool. Betr. voor-
raadvorming met roulering.
uien is practisch gesproken
nihil. Loopt niet alleen
over vorstperiode, doch over
langen periode. Hierbij in
aanmerking nemende toenemende
transport [doorgehaald: vervoer] moeilijkheden.
Dus veelsoortige opslag en
een zoo langdurig mogelijke De notitie betreft de logistieke planning van de voedselvoorziening tijdens de oorlogsduur. Enkele opvallende punten uit de tekst:
* Verantwoordelijkheid: Er is een discussie over de rolverdeling; het gemeentebestuur ('Gem.') stelt dat de commerciële handel de uitvoering van de voorraadvorming op zich moet nemen.
* Rantsoenering: Er wordt gesproken over een hoeveelheid van "5 kg. per hoofd", wat duidt op de strikte distributieorders uit die tijd.
* Producten: De focus ligt op 'winterharde' producten: peen, uien, rapen en kool. Er wordt opgemerkt dat de voorraad uien "practisch gesproken nihil" is, wat wijst op acute schaarste.
* Roulering: Het begrip "voorraadvorming met roulering" is essentieel; dit betekent dat oude voorraden worden uitgegeven en nieuwe worden opgeslagen om bederf tegen te gaan.
* Transport: De schrijver corrigeert zichzelf door "vervoer" te vervangen door "transport" en wijst op de "toenemende moeilijkheden" hiervan. Dit is een direct gevolg van de oorlogssituatie (vordering van voertuigen, gebrek aan brandstof en kapotte infrastructuur). Dit document biedt een blik op de ambtelijke realiteit van de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De N.G.C. (Nationale Groenten- en Fruitcentrale) was het orgaan dat namens de bezetter en de Nederlandse overheid de handel in tuinbouwproducten controleerde. Omdat transport gedurende de oorlog steeds moeizamer werd, probeerde men voorraden zo dicht mogelijk bij de consument (lokaal/per gemeente) aan te leggen voor de wintermaanden. De noodzaak voor een "zoo langdurig mogelijke" opslag weerspiegelt de onzekerheid over het verloop van de oorlog en de aanvoerlijnen in de winter van 1942-1943.