Archiefdocument
Origineel
Niet vermeld op deze pagina (vermoedelijk jaren '40, gezien de context van voedselvoorziening en spelling). -2-
En de handel moet niet vergeten, dat dit al een voor-
deel is. Spreker zegt nog, dat beide partijen zijn be-
trokken bij de voedselvoorziening; het is dan onjuist,
dat het een van beiden, namelijk de Gemeente, uitsluitend
de lasten moet dragen. Thans vraagt de handel van de
Gemeente ƒ 5,50 per vat voor den onderhavigen opslag,
dus om dat de Gemeente zegt, dat zij zich niet met
den handel zal bezig houden. De handel behoudt echter
normale winst, terwijl de Gemeente er voor zorg draagt,
dat de goederen in de stad liggen en dat is nog een
groot voordeel voor den handel. Men moet strikt zake-
lijk zijn. Als er betaald moet worden, dan moet de
Gemeente dit doen, doch niet .................... Laat
dus de handel voor haar extra zorg wat ~~zukk~~ krijgen,
doch het moet binnen het redelijke blijven.
De Heer Van Es deelt mede, dat de handel dezen
opslag geheel extra voor de Gemeente verzorgt. Indien
de prijs van de vatgroente zal opgaan, hetgeen door
den handel wordt betwijfeld, dan is de handel bereid
om dit van de kosten af te trekken. De ƒ 3,- fusthuur,
die de fabrikanten vragen, is billijk; het bijmaken
van een nieuw vat kost ƒ 25,- met het risico, dat het
volgend jaar slechts ƒ 10,- waard is.
De Heer Van Meurs is van meening, dat de fust-
huur ten deze afgewacht dient te worden. Dit is geen
zaak, die de Combinatie aangaat. Men wil thans spreken
over de ƒ 2,50 vergoeding, welke de Combinatie per
vat vraagt. Wat is het verschil met het vorig jaar.
De Heer Van Es zegt, dat de handel de vaten nu
centraal wil neerleggen, dit in verband met de opge-
dane ervaringen van het vorig jaar. Dit kost bewaking
en onderhoud extra. Het is heel goed mogelijk, dat
dit jaar niet zoo goed gerouleerd zal worden als vorig
jaar.
De Heer Van Meurs deelt mede, dat hij de geheele
aangelegenheid nog eens zal bezien, in vergelijking
met de cijfers van het vorig jaar. De kwestie van de
fusthuur zal hij nog nader onder de oogen zien. Het document betreft een zakelijk overleg over de financiële afwikkeling van de opslag van "vatgroenten" (geconserveerde groenten in vaten) in het kader van de publieke voedselvoorziening. Er is een spanningsveld zichtbaar tussen het belang van de "Gemeente" (die de kosten wil beperken) en "de handel" (die vergoedingen vraagt voor opslag, bewaking en het risico op waardevermindering van fust).
Belangrijke financiële details in het document:
* Opslagkosten: ƒ 5,50 per vat.
* Fusthuur: ƒ 3,00 (door fabrikanten gevraagd).
* Vervangingswaarde vat: ƒ 25,00 (nieuw) versus ƒ 10,00 (restwaarde).
* Vergoeding Combinatie: ƒ 2,50 per vat.
De discussie draait om wat "billijk" (redelijk) is. De Heer Van Es bepleit de belangen van de handel en wijst op extra kosten voor centrale opslag en bewaking. De Heer Van Meurs neemt een afwachtende, controlerende houding aan namens de toezichthoudende instantie. Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw in Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strak gereguleerd door de overheid (het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening). De gemeente speelde een cruciale rol in de lokale distributie en opslag. De vrees dat goederen "niet zoo goed gerouleerd" zouden worden, wijst op onzekerheid in de distributieketen of schaarste. De gebruikte spelling (den handel, dezen opslag, zoo) is kenmerkend voor de schrijftaal van vóór de spellinghervorming van 1947 (Spelling-Marchant). De Heer Van Es De Heer Van Meurs. Rijksbureau