Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 292
Dossier 93
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt verslag / Notulen (doorslag of origineel op dun papier).

Origineel

Getypt verslag / Notulen (doorslag of origineel op dun papier). -3-

worden uitgegeven, door de C.C.D. worden gequalificeerd als vee-uien. Verder memoreert spreker, dat het vorige jaar de wagons in schepen konden worden opgeslagen. thans moet echter alles worden gelost, hetgeen weer extra kosten met zich mede brengt. Vast staat, dat de Combinatie de Gemeente alleen de extra kosten in rekening brengt.

De Heer Draaisma zegt, dat men het onkostencijfer nu eens moet vergelijken van Amsterdam met de andere groote steden in Nederland. Daarbij zal blijken, dat de Gemeente Amsterdam enkele duizenden guldens voor den opslag heeft uitgegeven, terwijl het andere gemeenten soms tonnen heeft gekost in verband met het optreden van bederf.

De Heer Van Mourik zegt, dat de vergelijking met de andere steden nog niet mag beteekenen, dat Amsterdam hiervoor een premie moet betalen. Spreker herhaalt, dat hij het duidelijke gevoel heeft, dat hij veel geld moet betalen, dat anders/zelf door den handel/zal worden betaald. Spreker wijst nog eens op den oploopenden prijs; de Gemeente zal de lasten moeten dragen, terwijl de grossiers te zijner tijd de baten, mede door den verhoogden prijs zullen krijgen. Het is toch waar, dat wanneer de Gemeente den opslag zelf zal verzorgen, en de werkzaamheden, daaraan verbonden, zal uitbesteden, zij wellicht ƒ 70.000,- zal verdienen, als zij echter een en ander aan den handel overlaat, zou zij ƒ 70.000,- moeten betalen.

De Heer Dijkstra zegt, nog, dat wanneer een grossier een wagon rapen aankrijgt, hij daarop slechts eenmaal kosten maakt, namelijk de kosten van lossing aan den kleinhandel. Bij opslag in het koelhuis, komen daar echter driemaal kosten op, namelijk ten eerste de opslag in het koelhuis, ten tweede het nazien tijdens den opslag door vaklieden en ten derde de kosten van afgifte aan de grossiers, wanneer de Gemeente daartoe opdracht geeft. Het feit, dat de prijs nu in die periode kan oploopen houdt echter voor ons tevens het risico in, dat de kwaliteit kan verminderen.

De Heer Kramer wijst/op/nog op een groote risico voor den handel. Het is denkbaar, dat na April van het volgend jaar de export is weggevallen en dat we een zacht voorjaar hebben. Dan zit de handel met het koelhuis vol met wintergoederen, die dan onverkoopbaar zullen blijken te zijn. * Kern van de discussie: Het document verslaat een debat over de economische aspecten van overheidsbemoeienis in de voedselvoorziening. De centrale vraag is wie de kosten en de risico's van de koelhuisopslag moet dragen: de Gemeente Amsterdam of de private handel (grossiers).
* Financiële frictie: De heer Van Mourik voert een scherp pleidooi tegen het feit dat de gemeente opdraait voor kosten die eigenlijk door de handel gedragen zouden moeten worden. Hij becijfert dat het verschil tussen zelfbeheer en uitbesteding aan de handel de gemeente ƒ 140.000,- kan schelen (ƒ 70.000 winst versus ƒ 70.000 verlies).
* Logistieke complexiteit: De heer Dijkstra legt uit waarom koelhuisopslag veel duurder is dan directe levering: in plaats van één handeling zijn er drie (opslag, inspectie/onderhoud door vaklieden, en afgifte).
* Marktrisico: De heer Kramer wijst op het speculatieve element: als de export wegvalt of het weer te zacht is, blijven de opgeslagen wintervoorraden onverkoopbaar achter, wat een groot financieel risico vormt. * Tijdsperiode: Gezien het taalgebruik, de genoemde bedragen in guldens en de referentie naar de C.C.D. (Crisis Controle Dienst), dateert dit document waarschijnlijk uit de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog (ca. 1945-1950). De C.C.D. was verantwoordelijk voor de handhaving van distributieregels en prijsbeheersing.
* Locatie: Amsterdam. De tekst refereert specifiek naar de positie van de Gemeente Amsterdam ten opzichte van andere grote steden.
* Historisch belang: Dit document illustreert de overgangsfase van een streng gereguleerde distributie-economie (uit de oorlogsjaren) naar een meer vrije markteconomie, waarbij de overheid nog steeds een grote rol speelde in het bufferen van voedselvoorraden om prijsstabiliteit te garanderen.

Samenvatting

  • Kern van de discussie: Het document verslaat een debat over de economische aspecten van overheidsbemoeienis in de voedselvoorziening. De centrale vraag is wie de kosten en de risico's van de koelhuisopslag moet dragen: de Gemeente Amsterdam of de private handel (grossiers).
  • Financiële frictie: De heer Van Mourik voert een scherp pleidooi tegen het feit dat de gemeente opdraait voor kosten die eigenlijk door de handel gedragen zouden moeten worden. Hij becijfert dat het verschil tussen zelfbeheer en uitbesteding aan de handel de gemeente ƒ 140.000,- kan schelen (ƒ 70.000 winst versus ƒ 70.000 verlies).
  • Logistieke complexiteit: De heer Dijkstra legt uit waarom koelhuisopslag veel duurder is dan directe levering: in plaats van één handeling zijn er drie (opslag, inspectie/onderhoud door vaklieden, en afgifte).
  • Marktrisico: De heer Kramer wijst op het speculatieve element: als de export wegvalt of het weer te zacht is, blijven de opgeslagen wintervoorraden onverkoopbaar achter, wat een groot financieel risico vormt.

Historische Context

  • Tijdsperiode: Gezien het taalgebruik, de genoemde bedragen in guldens en de referentie naar de C.C.D. (Crisis Controle Dienst), dateert dit document waarschijnlijk uit de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog (ca. 1945-1950). De C.C.D. was verantwoordelijk voor de handhaving van distributieregels en prijsbeheersing.
  • Locatie: Amsterdam. De tekst refereert specifiek naar de positie van de Gemeente Amsterdam ten opzichte van andere grote steden.
  • Historisch belang: Dit document illustreert de overgangsfase van een streng gereguleerde distributie-economie (uit de oorlogsjaren) naar een meer vrije markteconomie, waarbij de overheid nog steeds een grote rol speelde in het bufferen van voedselvoorraden om prijsstabiliteit te garanderen.

Locaties

Amsterdam. De tekst refereert specifiek naar de positie van de Gemeente Amsterdam ten opzichte van andere grote steden.

Kooplieden in dit dossier 12

Auto's met aanhangwagens 4
Auto's met aanhangwagens 4
E. Kool 497
E. Kool 497
Luxe auto's -
Luxe auto's -
Paard en wagens 193
Paard en wagens 193
R. Kool 1205
R. Kool 1205
W. Kool 1155
W. Kool 1155

Gerelateerde Documenten 4