Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 302
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte doorslag van een ambtelijke brief (bladzijde 2 van een meerdelig schrijven).

7 januari 1942. Van: De Directeur van het Marktwezen (waarschijnlijk Amsterdam). Aan: De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.

Origineel

Getypte doorslag van een ambtelijke brief (bladzijde 2 van een meerdelig schrijven). 7 januari 1942. De Directeur van het Marktwezen (waarschijnlijk Amsterdam). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 2 van brief No. 37/2/3 M. d.d. 7 Januari 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

handelsvennootschap heeft, wat betreft de voorwaarden tot toetreding eenige normen gesteld als bijvoorbeeld of de betreffende grossier ook vroeger reeds in stapelproducten heeft gehandeld (in analogie met de regeling welke reeds sedert geruimen tijd voor de veilingen in het land geldt), terwijl bovendien, voor het vaststellen van het aandeel, dat elk der toetredende grossiers in den omzet moest hebben, nog in aanmerking werd genomen, welke omzet ieder in de betreffende producten in de basisjaren 1937, 1938 en 1939 had gehad.

Alle grossiers zijn destijds door het bestuur der combinatie in de gelegenheid gesteld, zich voor de te vormen Vennootschap op te geven, dus ook Griffioen c.s. Velen van hen gaven echter op de aan hen gerichte circulaire geen antwoord, omdat zij ook niet op een omzet in stapelproducten konden terugwijzen. Griffioen is bijvoorbeeld (zie ook zijn brievenhoofd) tot nu toe vrijwel hoofdzakelijk grossier in fruit geweest en heeft nimmer in stapelproducten gehandeld. Ditzelfde geldt ook voor de door Griffioen genoemde grossiers Harten, Van der Wal en Moos, die des zomers ook wel zachte groenten (sla, spinazie e.d.) verkochten, doch nimmer stapelgroenten. Dijkstaal vestigde zich eerst in het jaar 1941 op de Centrale Markt en heeft dus in de jaren 1937 – 1939 nimmer met stapelgroenten groothandel gedreven. (Hij was in die jaren kleinhandelaar). Ditzelfde geldt voor Lindeman, die door de grossierscombinatie niet als groothandelaar wordt erkend, aangezien hij, door een vernuftige combinatie, zoowel grossier is, als kleinhandelaar (zie hieromtrent de destijds met U gevoerde correspondentie onder andere mijn brief d.d. 15 Juni 1940 No. 65/2/3 M.). Ten slotte hebben zich 39 grossiers, die regelmatig jaarlijks in de meergenoemde producten handel hebben gedreven, zich bij de Vennootschap aangesloten. (Ten vorigen jare werd aan de combinatie voor den winterslag van stapelgroenten deelgenomen door 20 grossiers).

Zooals de heer Dijkstra, leider der combinatie, mij op 6 Januari jl. mededeelde, is men om bovenvermelde redenen niet bereid om Griffioen c.s. in de combinatie op te nemen.

Ik geef U beleefd in overweging den adressant van een en ander mededeeling te doen.

De Directeur, * Kern van de zaak: De brief behandelt een geschil over de toelating van bepaalde handelaren (met name de firma Griffioen en anderen zoals Harten, Van der Wal, Moos, Dijkstaal en Lindeman) tot een officiële 'grossierscombinatie' of handelsvennootschap.
* Toelatingscriteria: Er werden strikte normen gehanteerd. Men moest aantonen al in de 'basisjaren' 1937-1939 (de jaren voor de Duitse inval) te hebben gehandeld in zogenaamde 'stapelproducten' (houdbare bulkproducten zoals aardappelen of peulvruchten) of 'stapelgroenten'.
* Redenen voor afwijzing:
* Griffioen: Handelde voorheen vrijwel uitsluitend in fruit.
* Harten, Van der Wal, Moos: Handelden in 'zachte groenten' (bladgroenten zoals sla en spinazie), maar niet in de vereiste stapelgroenten.
* Dijkstaal: Was in de basisjaren kleinhandelaar en pas vanaf 1941 actief op de groothandelsmarkt.
* Lindeman: Werd geweigerd omdat hij een mengvorm hanteerde van grossier en kleinhandelaar, wat binnen deze gereguleerde structuur niet was toegestaan.
* Conclusie: Op basis van informatie van de heer Dijkstra (de leider van de combinatie) wordt geadviseerd de aanvragers definitief af te wijzen. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening volledig gecentraliseerd en strak gereguleerd door de overheid via distributiesystemen.

Om de schaarse middelen te controleren, dwong de bezetter (en de meewerkende Nederlandse bureaucratie) handelaren zich te verenigen in combinaties. De referentie naar de "basisjaren 1937, 1938 en 1939" is een typisch instrument van de bezettingseconomie: het diende om de marktstatus van vóór de oorlog te bevriezen. Hiermee wilde men voorkomen dat 'gelukszoekers' of nieuwe handelaren de distributieketen zouden verstoren of zouden profiteren van de oorlogsschaarste. De brief illustreert de bureaucratische uitsluitingsmechanismen die destijds werden gehanteerd om de controle over de markt te behouden.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: De brief behandelt een geschil over de toelating van bepaalde handelaren (met name de firma Griffioen en anderen zoals Harten, Van der Wal, Moos, Dijkstaal en Lindeman) tot een officiële 'grossierscombinatie' of handelsvennootschap.
  • Toelatingscriteria: Er werden strikte normen gehanteerd. Men moest aantonen al in de 'basisjaren' 1937-1939 (de jaren voor de Duitse inval) te hebben gehandeld in zogenaamde 'stapelproducten' (houdbare bulkproducten zoals aardappelen of peulvruchten) of 'stapelgroenten'.
  • Redenen voor afwijzing:
    • Griffioen: Handelde voorheen vrijwel uitsluitend in fruit.
    • Harten, Van der Wal, Moos: Handelden in 'zachte groenten' (bladgroenten zoals sla en spinazie), maar niet in de vereiste stapelgroenten.
    • Dijkstaal: Was in de basisjaren kleinhandelaar en pas vanaf 1941 actief op de groothandelsmarkt.
    • Lindeman: Werd geweigerd omdat hij een mengvorm hanteerde van grossier en kleinhandelaar, wat binnen deze gereguleerde structuur niet was toegestaan.
  • Conclusie: Op basis van informatie van de heer Dijkstra (de leider van de combinatie) wordt geadviseerd de aanvragers definitief af te wijzen.

Historische Context

Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening volledig gecentraliseerd en strak gereguleerd door de overheid via distributiesystemen.

Om de schaarse middelen te controleren, dwong de bezetter (en de meewerkende Nederlandse bureaucratie) handelaren zich te verenigen in combinaties. De referentie naar de "basisjaren 1937, 1938 en 1939" is een typisch instrument van de bezettingseconomie: het diende om de marktstatus van vóór de oorlog te bevriezen. Hiermee wilde men voorkomen dat 'gelukszoekers' of nieuwe handelaren de distributieketen zouden verstoren of zouden profiteren van de oorlogsschaarste. De brief illustreert de bureaucratische uitsluitingsmechanismen die destijds werden gehanteerd om de controle over de markt te behouden.

Kooplieden in dit dossier 12

Auto's met aanhangwagens 4
Auto's met aanhangwagens 4
E. Kool 497
E. Kool 497
Luxe auto's -
Luxe auto's -
Paard en wagens 193
Paard en wagens 193
R. Kool 1205
R. Kool 1205
W. Kool 1155
W. Kool 1155

Gerelateerde Documenten 4