Ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief). 8 mei 1942. Waarschijnlijk de directeur van het Marktwezen (gezien de inhoud en de naam 'L. Müller' rechtsboven). [Rechtsboven, handgeschreven:] L. Müller
[Linksboven:] VD/HG.
[Midden, handgeschreven:] Verzonden 9/5
37/2/23 M.
8 Mei 1942.
Tegemoetkoming kosten inrichting kantoor Nederlandsche Middenstandsbank op Centrale Markt.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de Combinatie van Grossiers in grove groenten op de Centrale Markt, ten behoeve van den gecentraliseerden verkoop van stapelgroenten aan den kleinhandel (vide hieromtrent mijn brief d.d. 22 November 1941 No. 37/57/9 M.), door de directie van de Nederlandsche Middenstandsbank in een der thans niet in gebruik zijnde veilingzalen op de Centrale Markt (de zoogenaamde Zuidvruchtenveiling) eenige kantoorlokalen heeft doen inrichten.
Aangezien de Combinatie door de gevolgde wijze van verkoop op hooge kosten is gebracht, verzoekt zij de terzake uitgegeven kosten tot een bedrag van ƒ 878.- (kosten van timmerman, electriciën en schilder), door de Gemeente te doen overnemen; dit verzoek komt mij alleszins billijk voor.
De Combinatie betaalt onder andere ƒ 0,25 per 100 kg. vergoeding aan het Bureau "Belders" (V.V.O.) en ƒ 0,25 aan de Bank en heeft verder een uitgebreid personeelscorps bij de afgifte der goederen aan het werk. De Bank ontvangt voor hare bemoeiingen ongeveer ƒ 0,25 per 100 kg. van de grossierscombinatie; zij moet voor dit bedrag een volledig "kantoor" ter beschikking stellen, waar 8 bankbedienden dagelijks werkzaam zijn. Het komt mij daarom eveneens ongewenscht voor bovenbedoelde inrichting te doen bekostigen door de Nederlandsche Middenstandsbank.
Ik meen er hierbij op te mogen wijzen, dat door de thans gevolgde wijze van verkoop (welke van Gemeentewege is bevorderd) de desbetreffende artikelen tegen de daarvoor vastgestelde prijzen aan den kleinhandel zijn verkocht, terwijl tevens bij dit stelsel een zoo goed mogelijke verdeeling der goederen onder de kleinhandelaren was gewaarborgd. Ik kan dan ook verklaren, dat door een en ander de voorziening met groente der stad in den afgeloopen winter ten zeerste is bevorderd en dat klachten van bevolking en van kleinhandelaren over de aldus in distributie gebrachte artikelen (wortelen, koolrapen, uien en kool) vrijwel niet te mijner kennis zijn gebracht. * Kernboodschap: De schrijver adviseert de Wethouder om een bedrag van 878 gulden te vergoeden aan de Combinatie van Grossiers. Dit geld is uitgegeven aan het inrichten van een tijdelijk bankkantoor in de Zuidvruchtenveiling op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Argumentatie:
1. Billijkheid: De grossiers maken al hoge kosten voor de gecentraliseerde verkoop.
2. Dienstverlening: De Nederlandsche Middenstandsbank (NMB) zet 8 man personeel in voor een relatief lage vergoeding per 100 kg; het zou onredelijk zijn hen ook voor de inrichting te laten betalen.
3. Succes van het systeem: De gecentraliseerde verkoop (door de gemeente gestimuleerd) heeft in de winter van 1941-1942 gezorgd voor een stabiele voedselvoorziening tegen vaste prijzen, zonder noemenswaardige klachten.
* Financieel: Het gaat om een specifiek bedrag van ƒ 878,- voor een timmerman, elektricien en schilder. Er worden distributietarieven genoemd van ƒ 0,25 per 100 kg voor zowel Bureau "Belders" als de bank. Dit document stamt uit het tweede volledige oorlogsjaar (1942). Tijdens de Duitse bezetting was de voedselvoorziening in de grote steden een kritieke zaak. De overheid (en het gemeentebestuur) greep diep in de markt in door middel van distributiesystemen en prijsbeheersing om zwarte handel te voorkomen en een eerlijke verdeling van "stapelgroenten" (zoals wortelen, kool en uien) te garanderen.
De Centrale Markthallen in Amsterdam-West fungeerden hierbij als het centrale zenuwstelsel. De samenwerking tussen de groothandel (de Combinatie van Grossiers), de bank (voor de financiële afwikkeling van de enorme hoeveelheden) en de gemeente was essentieel. Louis Müller, wiens naam bovenaan staat, was als directeur van het Marktwezen een sleutelfiguur in het draaiende houden van deze logistieke operatie onder de moeilijke omstandigheden van de bezettingstijd. De brief getuigt van de bureaucratische afhandeling van onkosten binnen dit strak gereguleerde systeem. Marktwezen