Ambtelijke correspondentie / Memorie
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Memorie 6 januari 1942 (gebaseerd op aantekening rechtsboven) Bureau voor Afdeling Vervoer, Waalsdorperweg 87, 's-Gravenhage De heer A.C. Praëll [In rood potlood/stift:] spoed
[Rechtsboven:]
6/1/42 48
371/1/M
Bureau voor
afd. vervoer
Waalsdorperweg 87. 's Gravenhage
[Linksboven:]
Attentie Hr. AC Praëll
Ter vervolging op het onderhoud dat de HH. Ottens e Sixma op 2 januari j.l. met U te uwe Kantore hadden e ingevolge afspraak, doe ik U onderstaand gegevens toekomen betreffende den aanvoer van tuinders-producten van de 470 in de omgeving van A'dam gevestigde tuinders naar de C.M..
Van deze 470 tuinders vervoeren er 188 hun product per paard-wagen of roeibootje, 80 per motorvletje e 202 per benzine auto.
Over de maanden April, Mei, Juni, Juli 1941 werden in totaal aangevoerd 3072310 kisten groente waarvan per paard-wagen of roeibootje 521888 kisten, zodat per benzine autos e motorvletjes in die periode werd aangevoerd 2550422 kisten, of gemiddeld per maand 637605 kisten groente.
De hoeveelheid benzine welke thans door de Rijksverkeerinspectie ter beschikking wordt gesteld is zeer gering e zal in de toekomst nog verminderen, zodat een e ander met het toenemende vervoer in 't voorjaar een ernstige stagnatie in de levensmiddelen voorziening van A'dam zal veroorzaken. Het document is een dringende waarschuwing betreffende de logistieke kwetsbaarheid van de voedselvoorziening van Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Uit de statistieken in de brief blijkt dat ruim 83% van de aangevoerde groenten (ruim 2,5 miljoen kisten over vier maanden) afhankelijk is van gemotoriseerd transport (benzineauto's en motorvletten).
Slechts een klein deel van de 470 tuinders in de omtrek van de stad maakt gebruik van traditionele, niet-gemotoriseerde middelen zoals paard-en-wagen of roeiboten. De schrijver wijst op een kritiek punt: de Rijksverkeerinspectie knijpt de brandstoftoevoer af, terwijl de behoefte aan transport in het voorjaar juist zal toenemen. De conclusie is onomwonden: zonder meer brandstof dreigt er een stagnatie in de voedselvoorziening van de hoofdstad. Dit schrijven dateert van januari 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de teugels wat betreft rantsoenering en vordering van brandstoffen steeds strakker aantrok voor civiel gebruik. De genoemde "C.M." verwijst naar de Centrale Markt in Amsterdam-West, destijds het cruciale knooppunt voor de distributie van versproducten in de stad.
De genoemde heren Ottens en Sixma waren waarschijnlijk vertegenwoordigers van een tuindersorganisatie of transportbureau. De brief illustreert de constante strijd van Nederlandse ambtenaren en marktpartijen om de basisvoorzieningen voor de bevolking draaiende te houden ondervind de toenemende schaarste die door de oorlogsindustrie en de bezettingsmacht werd veroorzaakt.