Ambtelijke notitie of brief.
Origineel
Ambtelijke notitie of brief. 10 december 1941. [Rechtsboven:] Amstd, 10/12 '41
Door H. Jansonius werd mij
eenige dagen geleden medegedeeld,
dat in Januari '42 geen of zoo goed als
geen benzine meer beschikbaar kan
worden gesteld ten behoeve van de
Centrale Markt.
Momenteel is de afvoer van de Centrale
Markt zoo georganiseerd, dat alles
geschiedt met gaswagens - paarden en
wagens, hondenkarren en bakfietsen. Maar
alles zonder benzine.
De aanvoer uit het land geschiedt per
schip en gaswagens.
Voor den aanvoer van het product
van de ± 500 tuinders werd door de
verkeers-inspectie nog steeds benzine
verstrekt. (± 8000 à 9000 liter per maand).
De verstrekking van de benzine aan de
tuinders staat onder controle van Marktwezen.
Wanneer de benzineverstrekking - Jan '42
ophoudt of althans veel minder dan
tot nu toe het geval was, dan
komt de aanvoer van de tuinders in Dit document is een interne ambtelijke mededeling over de nijpende brandstoftekorten in de winter van 1941-1942. De auteur rapporteert informatie van een zekere "H. Jansonius" over het stopzetten van de benzineleveringen aan de Centrale Markt per januari 1942.
Kernpunten uit de tekst:
* Transportmiddelen: Er wordt expliciet vermeld dat de afvoer van goederen al grotendeels zonder benzine gebeurt, waarbij gebruik wordt gemaakt van alternatieven zoals gaswagens (voertuigen op houtgas), paard en wagen, hondenkarren en bakfietsen.
* Kwetsbaarheid: Hoewel de markt zelf al grotendeels benzinevrij werkt, zijn de ± 500 toeleverende tuinders nog wel afhankelijk van benzine (ca. 8000-9000 liter per maand).
* Dreiging: De tekst breekt af bij de waarschuwing dat de aanvoer van verse producten in gevaar komt als de rantsoenering in 1942 verder wordt aangescherpt. Het document dateert uit de tweede winter van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen drastisch toe, omdat de bezetter steeds meer middelen vorderde voor de eigen oorlogsvoering (de Kriegswirtschaft).
De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds de spil in de voedselvoorziening van de stad. De genoemde "gaswagens" waren vrachtwagens uitgerust met een houtgasgenerator, een typisch beeld uit de oorlogsjaren toen gewone brandstof enkel nog op de zwarte markt of met zeer schaarse vergunningen te krijgen was. Het gebruik van hondenkarren, hoewel later verboden wegens dierenwelzijn, was in deze crisistijd weer een noodzakelijk transportmiddel voor kleine ondernemers en tuinders. Dit document illustreert de logistieke puzzel die de overheid moest leggen om de stad van voedsel te blijven voorzien onder steeds zwaardere restricties.