Doorslag (carbonkopie) van een getypte brief, bladzijde 2.
Origineel
Doorslag (carbonkopie) van een getypte brief, bladzijde 2. 5 maart 1942. De Directeur van het Marktwezen (vermoedelijk Amsterdam, gezien de terminologie). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 2 van brief No. 2A/3/6 H. d.d. 5 Maart 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Uiteraard zou het beschikbaarstellen van benzine-auto's, zonder dat de benoodigde benzine werd verstrekt, geen zin hebben gehad. Dat benzine is gebruikt, waarvoor geen machtigingen waren afgegeven, is, zooals hierboven is uiteen-gezet, een gevolg van de door de Akkerbouw Centrale gegeven instructies.
Het komt mij derhalve gewenscht voor, dat de Rijksinspecteur zich hieromtrent wendt tot meergenoemde Centrale.
De Directeur, Dit document is het tweede blad van een ambtelijke correspondentie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de tekst betreft een verantwoording over het gebruik van benzine zonder de strikt vereiste "machtigingen" (vergunningen).
De Directeur van het Marktwezen legt uit dat de inzet van vrachtauto's zinloos zou zijn geweest zonder brandstof, en dat het afwijken van de officiële vergunningsregels direct voortkwam uit instructies van de Akkerbouw Centrale. De schrijver adviseert de Wethouder om de Rijksinspecteur (die waarschijnlijk toezicht hield op de brandstofdistributie) door te verwijzen naar deze Centrale om de zaak op te lossen.
De toon is formeel en defensief; men probeert de verantwoordelijkheid voor een administratieve onregelmatigheid (het rijden zonder geldige brandstofbonnen) hogerop in de hiërarchie te leggen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was benzine in Nederland uiterst schaars en 'op de bon'. Het gebruik ervan was onderworpen aan een complex systeem van machtigingen en distributiestamkaarten, beheerd door diverse Rijksbureaus.
De Akkerbouw Centrale was een van de crisisinstellingen die toezicht hield op de productie en distributie van landbouwproducten. Het Marktwezen (verantwoordelijk voor de gemeentelijke markten en voedselaanvoer) zat vaak in een lastige positie tussen de dringende noodzaak om de bevolking van voedsel te voorzien en de verstikkende bureaucratie van de bezetter.
Dit fragment illustreert de dagelijkse bestuurlijke frictie in 1942, waarbij centrale instanties soms opdrachten gaven die botsten met de geldende distributiewetten, wat leidde tot ambtelijke haarkloverij over wie de schuld droeg voor 'ongeautoriseerd' brandstofverbruik. Marktwezen