Getypt verslag van een vergadering of bespreking.
Origineel
Getypt verslag van een vergadering of bespreking. regelen veroorzaakte kosten. Spreker wil hiermede ook niet zeggen, dat het Rijk de kosten voor zijn rekening moet nemen. Naar spreker’s meening moeten dit de particulieren doen. De Gemeente als zoodanig komt echter pas op het zooveelste plan. Spreker wijst erop, dat de Dienst van het Marktwezen de laatste weken reeds zeer veel medewerking heeft verleend. Men moet echter de zaak objectief bezien en dan is het beslist onredelijk, dat de Gemeente de kosten voor haar rekening zal krijgen.
De heer Sixma zegt, dat het in de eerste plaats gaat om de financiëring van het onderhavige plan. Daarbij moet vaststaan, dat de kosten door de exploitatie eruit zullen komen.
Wat gaat er echter gebeuren, als de kosten er niet uit kunnen komen? Daarom zal dus een borgstelling moeten worden gegeven. Dit wordt een zeer bijzondere figuur. Men moet daarbij niet vergeten, dat de tuinders hun auto’s slechts gedurende vier maanden intensief gebruiken. De omgebouwde auto’s zullen dus in de overige maanden van het jaar voor ander vervoer moeten worden ingeschakeld, om de zaak productief te kunnen maken.
De heer Breuning zegt hierbij, dat de overcapaciteit van deze auto’s moet worden benut in Amsterdam. Dit is een zaak, die de A.B.D. moet bezien. Inschakeling van deze auto’s in het vervoer lijkt niet zoo moeilijk en behoeft in ieder geval niet van invloed te zijn op de financiëring van de zaak. Naar spreker’s meening moet de aflossing van het verleende crediet afhankelijk worden gesteld van de revenuen. Het is namelijk zoo, dat de tuinders met hun omgebouwde auto’s op het moment, dat zij hun auto’s niet voor hun eigen vervoer behoeven te gebruiken, gaan optreden als beroepsvervoerders. Daarbij zal bezien moeten worden, in hoeverre de tuinder of zijn personeel in dat geval als bestuurder van de auto zal kunnen blijven fungeeren. Ten slotte wijst spreker erop, dat financiëring door Middenstandsbanken bij het ombouwen van auto’s in de practijk reeds heeft plaatsgevonden.
De heer Broerse wijst erop, dat aan de financiëring voor de tuinders wel zeer beperkende bepalingen zijn verbonden. Een en ander zal tot gevolg hebben, dat de tuinders voor de eer bedanken.
De heer Sixma zegt, dat in ieder geval getracht moet worden de auto’s op andere manier productief te maken, wanneer zij voor het tuindersbedrijf niet noodig zijn.
De heer Broerse wijst erop, dat de auto’s niet alleen gebruikt worden voor aanvoer naar de Centrale Markt, doch ook voor vervoer van mest, witlof-pennen en dergelijke. Het vrachttarief beweegt zich op het oogenblik om de 4 cent per collo. Indien men rekent, dat er 2 ½ millioen colli per jaar moet worden vervoerd naar de Centrale Markt, dan zou men daaruit aan inkomsten verkrijgen ƒ 100.000,-. Dat is in twee jaar dus twee ton. Indien men becijfert, dat de kosten van ombouw en dergelijke op ƒ 60.000,- komen, dan blijkt hieruit reeds, dat deze kosten nooit uit de opbrengst van de vrachttarieven kunnen worden betaald. Spreker memoreert aan zijn rapport, dat hij hieromtrent heeft opgesteld, waaruit blijkt, dat het mogelijk geacht wordt, dat de tuinders per jaar ƒ 18.000,- aflossen. De doorsneeprijs van een en ander laat dit, zeker bij de huidige prijzenpolitiek, wel toe. De primaire vraag is dus: wie financiert de aanschaffing? Daarnaast moet geprobeerd worden de aflossing te doen plaatsvinden uit de vrachttarieven. Bestaat er een instantie, welke over voldoende gegevens beschikt om aan de hand daarvan de exploitatiemogelijkheid te beoordeelen?
De heer Roëll zegt, dat hij hieromtrent de Rijksaccountant een onderzoek zal doen instellen. Het gaat er thans echter in de eerste plaats om, wie het geld moet fourneeren.
De heer Sixma zegt, dat hij wat betreft het financiëren onder meer overleg zou willen plegen met de Middenstandsbank te Amsterdam. Verder lijkt hem het vormen van een vervoerscentrale voor het onderhavige doel gewenscht. De kern van de discussie is de economische haalbaarheid van een plan om auto's van tuinders om te bouwen voor transport naar de Centrale Markt. Er is een spanningsveld tussen verschillende partijen (Rijk, Gemeente Amsterdam, banken en particulieren) over wie het financiële risico en de kosten van de borgstelling moet dragen.
Opvallend is de gedetailleerde berekening van de heer Broerse. Hij zet het aantal 'colli' (verpakkingseenheden zoals kisten of manden) af tegen de vrachttarieven om aan te tonen dat de pure transportopbrengst de ombouwkosten niet dekt. Er wordt gezocht naar manieren om de auto's ook buiten het hoogseizoen (de resterende acht maanden van het jaar) productief te maken, bijvoorbeeld door de tuinders te laten fungeren als beroepsvervoerders. De term "prijzenpolitiek" en de vermelding van de "Rijksaccountant" suggereren een periode van sterke overheidsbemoeienis. Dit document stamt waarschijnlijk uit de late jaren '30 of de vroege jaren '40 van de 20e eeuw (gezien de spelling en de focus op centrale distributie). De "Centrale Markt" verwijst naar het terrein aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, dat in 1934 werd geopend om de handel in groente en fruit te centraliseren. De genoemde heren (Sixma, Broerse, etc.) zijn waarschijnlijk ambtenaren, vertegenwoordigers van de Dienst van het Marktwezen of bestuursleden van tuindersorganisaties. De genoemde "A.B.D." zou kunnen verwijzen naar een specifieke afdeling van de gemeentelijke diensten in Amsterdam. De discussie over de "Middenstandsbank" (later opgegaan in de ING) toont de rol van gespecialiseerde financiering voor kleine ondernemers in die tijd.