Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 461
Dossier 113
Jaar 1942
Stadsarchief

Verslag/Notulen van een vergadering (mogelijk een raadscommissie of bestuursvergadering).

Origineel

Verslag/Notulen van een vergadering (mogelijk een raadscommissie of bestuursvergadering). ...regelen veroorzaakte kosten. Spreker wil hiermede ook niet zeggen dat het Rijk de kosten voor zijn rekening moet nemen. Naar spreker's meening moeten dit de particulieren doen. De Gemeente als zoodanig komt echter pas op het zooveelste plan. Spreker wijst erop, dat de Dienst van het Marktwezen de laatste weken reeds zeer veel medewerking heeft verleend. Men moet echter de zaak objectief bezien en dan is het beslist onredelijk, dat de Gemeente de kosten voor haar rekening zal krijgen.

De heer Sixma zegt, dat het in de eerste plaats gaat om de financiering van het onderhavige plan. Daarbij moet vaststaan, dat de kosten door de exploitatie eruit zullen komen.
Wat gaat er echter gebeuren, als de kosten er niet uit kunnen komen? Daarom zal dus een borgstelling moeten worden gegeven. Dit wordt een zeer bijzondere figuur. Men moet daarbij niet vergeten, dat de tuinders hun auto's slechts gedurende vier maanden intensief gebruiken. De omgebouwde auto's zullen dus in de overige maanden van het jaar voor ander vervoer moeten worden ingeschakeld, om de zaak productief te kunnen maken.

De heer Breuning zegt hierbij, dat de overcapaciteit van deze auto's moet worden benut in Amsterdam. Dit is een zaak, die de A.B.D. moet bezien. Inschakeling van deze auto's in het vervoer lijkt niet zoo moeilijk en behoeft in ieder geval niet van invloed te zijn op de financiering van de zaak. Naar spreker's meening moet de aflossing van het verleende crediet afhankelijk worden gesteld van de revenuen. Het is namelijk zoo, dat de tuinders met hun omgebouwde auto's op het moment, dat zij hun auto's niet voor hun eigen vervoer behoeven te gebruiken, gaan optreden als beroepsvervoerders. Daarbij zal bezien moeten worden, in hoeverre de tuinder of zijn personeel in dat geval als bestuurder van de auto zal kunnen blijven fungeeren. Tenslotte wijst spreker erop, dat financiering door Middenstandsbanken bij het ombouwen van auto's in de practijk reeds heeft plaatsgevonden.

De heer Broerse wijst erop, dat aan de financiering voor de tuinders wel zeer beperkende bepalingen zijn verbonden. Een en ander zal tot gevolg hebben, dat de tuinders voor de eer bedanken.

De heer Sixma zegt, dat in ieder geval getracht moet worden om de auto's op andere manier productief te maken, wanneer zij voor het tuindersbedrijf niet noodig zijn.

De heer Broerse wijst erop, dat de auto's niet alleen gebruikt worden voor aanvoer naar de Centrale Markt, doch ook voor vervoer van mest, witlof-pennen en dergelijke. Het vrachttarief beweegt zich op het oogenblik om de 4 cent per collo. Indien men rekent, dat er 2½ millioen colli per jaar moet worden vervoerd naar de Centrale Markt, dan zou men daaruit aan inkomsten verkrijgen f 100.000,-. Dat is in twee jaar dus f 200.000,-. Indien men becijfert, dat de kosten van ombouw en dergelijke op f 60.000,- komen, dan blijkt hieruit reeds, dat deze kosten nooit uit de opbrengst van de vrachttarieven kunnen worden betaald. Spreker memoreert aan zijn rapport, dat hij hieromtrent heeft opgesteld, waaruit blijkt, dat het mogelijk geacht wordt, dat de tuinders per jaar f 18.000,- aflossen.

De heer Sixma zegt, dat het hier dus gaat om een quaestie van calculeeren. Dan is 4 cent per collo niet genoeg en moet men 5 cent per collo vragen. De doorsneeprijs van een en ander laat dit, zeker bij de huidige prijzenpolitiek, wel toe. De primaire vraag is dus: wie financiert de aanschaffing? Daarnaast moet geprobeerd worden de aflossing te doen plaatsvinden uit de vrachttarieven. Bestaat er een instantie, welke over voldoende gegevens beschikt om aan de hand daarvan de exploitatiemogelijkheid te beoordeelen?

De heer Roëll zegt, dat hij hieromtrent de Rijksaccountant een onderzoek zal doen instellen. Het gaat er thans echter in de eerste plaats om, wie het geld moet fourneeren.

De heer Sixma zegt, dat hij wat betreft het financieren onder meer overleg zou willen plegen met de Middenstandsbank te Amsterdam. Verder lijkt hem het vormen van een vervoerscentrale voor het onderhavige doel gewenscht. * Kernproblematiek: De discussie draait om de financiële haalbaarheid van een plan om vrachtwagens aan te passen voor tuinders. De uitdaging is dat deze wagens slechts 4 maanden per jaar voor de tuinbouw nodig zijn. Om de investering terug te verdienen, moeten de wagens de rest van het jaar als regulier beroepsvervoer worden ingezet.
* Financiële discussie: Er is onenigheid over de tarieven. De heer Broerse rekent voor dat een tarief van 4 cent per eenheid (collo) onvoldoende is om de ombouwkosten te dekken. De heer Sixma stelt voor het tarief naar 5 cent te verhogen om de exploitatie sluitend te krijgen.
* Institutionele betrokkenheid:
* A.B.D.: Waarschijnlijk de Amsterdamse Bestuurs Dienst of de Auto- en Bootdienst, verantwoordelijk voor stedelijk transport.
* Middenstandsbank: De beoogde kredietverstrekker voor de tuinders.
* Rijksaccountant: Ingeschakeld om de exploitatiemogelijkheden objectief te beoordelen.
* Terminologie: Het gebruik van woorden als "collo" (verpakkingseenheid), "fourneeren" (verschaffen/storten) en de spelling ("quaestie", "zoodanig") duidt op een formele, ambtelijke context uit de eerste helft van de 20e eeuw. Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren '30 of de vroege wederopbouwperiode in Nederland. In deze tijd professionaliseerde de aanvoer naar de Centrale Markten (zoals die aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, geopend in 1934). Tuinders stapten over van paard en wagen of boot naar gemotoriseerd transport. De discussie weerspiegelt de overgangsfase waarin kleine zelfstandigen (tuinders) collectief of met overheidssteun moesten investeren in dure mechanisatie, waarbij de gemeente Amsterdam (via de Dienst van het Marktwezen) een faciliterende maar financieel terughoudende rol speelde.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De discussie draait om de financiële haalbaarheid van een plan om vrachtwagens aan te passen voor tuinders. De uitdaging is dat deze wagens slechts 4 maanden per jaar voor de tuinbouw nodig zijn. Om de investering terug te verdienen, moeten de wagens de rest van het jaar als regulier beroepsvervoer worden ingezet.
  • Financiële discussie: Er is onenigheid over de tarieven. De heer Broerse rekent voor dat een tarief van 4 cent per eenheid (collo) onvoldoende is om de ombouwkosten te dekken. De heer Sixma stelt voor het tarief naar 5 cent te verhogen om de exploitatie sluitend te krijgen.
  • Institutionele betrokkenheid:
    • A.B.D.: Waarschijnlijk de Amsterdamse Bestuurs Dienst of de Auto- en Bootdienst, verantwoordelijk voor stedelijk transport.
    • Middenstandsbank: De beoogde kredietverstrekker voor de tuinders.
    • Rijksaccountant: Ingeschakeld om de exploitatiemogelijkheden objectief te beoordelen.
  • Terminologie: Het gebruik van woorden als "collo" (verpakkingseenheid), "fourneeren" (verschaffen/storten) en de spelling ("quaestie", "zoodanig") duidt op een formele, ambtelijke context uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren '30 of de vroege wederopbouwperiode in Nederland. In deze tijd professionaliseerde de aanvoer naar de Centrale Markten (zoals die aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, geopend in 1934). Tuinders stapten over van paard en wagen of boot naar gemotoriseerd transport. De discussie weerspiegelt de overgangsfase waarin kleine zelfstandigen (tuinders) collectief of met overheidssteun moesten investeren in dure mechanisatie, waarbij de gemeente Amsterdam (via de Dienst van het Marktwezen) een faciliterende maar financieel terughoudende rol speelde.

Kooplieden in dit dossier 12

Auto's met aanhangwagens 4
Auto's met aanhangwagens 4
E. Kool 497
E. Kool 497
Luxe auto's -
Luxe auto's -
Paard en wagens 193
Paard en wagens 193
R. Kool 1205
R. Kool 1205
W. Kool 1155
W. Kool 1155

Gerelateerde Documenten 4