Notulen/verslag van een vergadering (pagina 3).
Origineel
Notulen/verslag van een vergadering (pagina 3). Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar op basis van de terminologie (C.C.C.D., spelling, "tydsomstandigheden") te dateren in de periode van de Duitse bezetting (ca. 1940-1945). -3-
lampen demonstraties op de markt te houden. Wat betreft het varen langs Schiphol is men het er over eens, dat hieraan onder de huidige tydsomstandigheden niets kan worden gedaan. Besproken wordt vervolgens nog de mogelykheid, om voor de ~~groentewinkelers~~ groenteschippers, die uit het Delfland en Westland naar de Centrale Markt moeten komen, voorschutting te vragen voor de sluis by Leidschendam. Voor deze sluis moeten zy soms geruimen tyd wachten, waardoor zy vaak zeer laat op de Centrale Markt aankomen.
Contrôle op de maximum-prijzen op de Centrale Markt.
De Directeur zegt, dat het in de bedoeling ligt omtrent de onderhavige aangelegenheid overleg te plegen met den heer Bunnink van de C.C.C.D. en er zyn aandacht op te vestigen, dat erop de Centrale Markt te weinig contrôleurs beschikbaar zyn.
De heer Kramer voelt in dezen niet [handgeschreven tussenvoeging] veel voor een politioneel optreden. Dit moest toch feitelyk stryden met de eer van den grossiersstand. De grossiersstand moet zoodanig worden opgevoed, dat men ~~hen~~ hem [handgeschreven correctie] aan zijn eer verplicht acht om een kleinhandelaar goed te behandelen.
De Directeur antwoordt, dat de practyk tot nu toe heeft bewezen, dat een politioneel optreden de eenige mogelykheid biedt om aan dergelyke euvels een einde te maken. Spreker wyst er op, dat de bona-fide grossier zich van de onderhavige maatregelen niets hoeft aan te trekken. Het gaat erom, om de kwaadwillige grossiers uit te schakelen.
Grossiers, die toelating tot de Centrale Markt vragen.
Hil van Dyk.
De Directeur deelt mee, dat Hil van Dyk steeds huurder is geweest op de Centrale Markt. Hy is genoodzaakt geweest zyn bedryf te sluiten. Hy schynt nu hersteld te zyn en wil zyn bedryf op de Centrale Markt opnieuw beginnen.
De vergadering heeft hiertegen geen enkel bezwaar, daar Hil van Dyk te goeder naam en faam bekend staat.
T.van Weverwyk, Everdingen.
De Directeur deelt mede, dat deze persoon sedert jaren gedurende acht zomermaanden in de hal een plaats heeft bezet voor den verkoop van fruit. Hy is nu bereid een pakhuis te huren op pier C, no.25, voor den tyd van een jaar.
De handel vraagt, hoe het staat met De Leeuw. Dit pakhuis had namelyk voor De Leeuw bestemd zullen worden.
De heer Broerse deelt mede, dat van de Leeuw niets meer is vernomen. Men mag aannemen, dat De Leeuw financieel niet in staat is, om zaken te beginnen op de Centrale Markt. * Logistiek en Oorlog: De eerste paragraaf illustreert de logistieke uitdagingen tijdens de bezetting. Het varen langs Schiphol (toen een militaire vliegbasis) is problematisch. Er wordt gezocht naar een oplossing voor de "voorschutting" (voorrang bij het schutten in een sluis) voor groenteschippers uit het Westland om de bevoorrading van de stad te waarborgen.
* Handhaving en Ethiek: Er is een duidelijk meningsverschil tussen de directeur en de heer Kramer over prijscontrole. Kramer pleit voor zelfregulering en "eer", terwijl de directeur vaststelt dat repressief optreden (door de C.C.C.D.) noodzakelijk is tegen "kwaadwillige grossiers" die zich niet aan de maximumprijzen houden.
* Bedrijfsvoering op de Markt: Het tweede deel van het document gaat over individuele verzoeken voor standplaatsen en pakhuizen (Hil van Dyk en T. van Weverwyk). Dit geeft inzicht in de personele wisselingen en de economische druk (zoals in het geval van de heer De Leeuw die financieel onmachtig lijkt). Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De C.C.C.D. (Centrale Crisis Contrôle Dienst) was de instantie die toezag op de naleving van de distributieregels en prijsvoorschriften. De "onderhavige tydsomstandigheden" is een eufemisme voor de oorlogssituatie. De Centrale Markthallen in Amsterdam waren in deze tijd het cruciale punt voor de voedselvoorziening van de stad, waarbij de controle op woekerprijzen (zwarte handel) een constante bron van zorg was voor de directie. Broerse (De heer) Kramer (De heer) T. van Weverwyk