Notulen (verslag) van een bespreking.
Origineel
Notulen (verslag) van een bespreking. 21 april 1941. [Handgeschreven bovenaan:] AFVOER C.M.
B e s p r e k i n g op 21 April 1941 om 3 desnamiddags van den Directeur den heer C.F. Sixma, den bedrijfschef den heer J. Broerse, den assistent-bedrijfschef den heer H. Steenbeek, den waarnemend Secretaris, den heer H.A. van Duinhoven, en de heeren Karseboom, De Lange, Draaisma, Hendrikse, Van Es, Van Groningen, Kliffen en van der Mey.
Onderwerp: Afvoer Centrale Markt.
De Directeur herinnert aan de bespreking van 18 April jl., in welke bespreking een overzicht door deskundigen is gegeven van de huidige positie der vervoermiddelen en het daarvoor beschikbare vervanginsmateriaal. Tengevolge van de transportmoeilijkheden is de afvoer van producten van de Centrale Markt naar de kleinhandelaren in de stad in een zeer moeilijke positie gekomen. Spreker is van meening, dat dit vraagstuk echter niet uitsluitend moet worden bezien uit een oogpunt van de huidige moeilijkheden, doch dat het gewenscht is te achten een zoodanige regeling te treffen, die ook in normale tijden een verbetering van den afvoer tot gevolg zal hebben. Spreker wijst bijvoorbeeld op de verkorting van de arbeidstijd, die door een goede regeling kan worden verkregen. Momenteel is echter de afvoer van aardappelen speciaal in een urgent stadium gekomen en daarvoor moet thans in de eerste plaats een oplossing worden gevonden. Spreker herinnert eraan, dat een zestal hulpmarkten van de Centrale Markt in de stad zijn aangewezen, speciaal bestemd voor den [handgeschreven correctie: af] aanvoer van aardappelen, opdat verwacht kan worden, dat door een dergelijke decentralisatie in de afgifte van aardappelen eeniger mate tegemoet kan worden gekomen aan de bestaande vervoersmoeilijkheden.
De heer Karseboom staat sceptisch tegenover het instellen van georganiseerde afvoercentrale en wijst erop, dat nog slechts een gering aantal jaren geleden het thuisbezorgen in den aardappelhandel onbekend was. Alle winkeliers haalden toen zelf hun aardappelen van de schuiten af.
De heer Van Es wijst erop, dat de winkeliers zich geleidelijk hebben ingesteld op de huidige transportmoeilijkheden. Er is thans op de Centrale Markt een groot wagenpark, dat de aardappelen thuisbezorgt (voornamelijk paard en wagen). Bovendien zullen een aantal auto's voor den aardappelhandel worden omgebouwd voor het gebruik van geperst gas. Het ligt in de bedoeling om de verst van de Centrale Markt gelegen buurten door deze auto's te laten bedienen. Hiermede zijn de winkeliers het beste geholpen. Spreker wijst op het vele slechte... [tekst breekt af] * Logistieke crisis: Het document illustreert de enorme druk op de voedseldistributie in Nederland tijdens de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog. Door brandstoftekorten en de vordering van voertuigen door de bezetter was de reguliere distributie ontregeld.
* Oplossingsrichtingen: Men zoekt de oplossing in drie richtingen:
1. Decentralisatie: Het inzetten van 'hulpmarkten' om de reisafstand voor winkeliers te verkleinen.
2. Technische innovatie: Het ombouwen van vrachtwagens naar 'geperst gas' (waarschijnlijk houtgasgeneratoren), omdat benzine schaars was.
3. Terugkeer naar traditie: De herintroductie van paard en wagen voor de "last mile" bezorging.
* Spanning tussen oud en nieuw: De opmerking van de heer Karseboom over de "schuiten" herinnert aan de tijd dat de Amsterdamse aardappelhandel nog grotendeels via de grachten en waterwegen verliep, in tegenstelling tot het gecentraliseerde wegtransport waar men in 1941 afhankelijk van was geworden. Dit verslag dateert van bijna een jaar na de Nederlandse capitulatie. In 1941 begon de schaarste in Nederland nijpender te worden. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening voor de hoofdstad. De besproken aardappelproblematiek was cruciaal; de aardappel was het volksvoedsel nummer één en eventuele haperingen in de aanvoer leidden direct tot sociale onrust en honger. De genoemde directeur C.F. Sixma was een bekende figuur in de geschiedenis van de Amsterdamse markten. De discussie over "arbeidstijd" suggereert dat men ondanks de oorlogsomstandigheden ook probeerde de efficiëntie voor de lange termijn te verbeteren.