Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag. Verwijst naar een gebeurtenis in "November 1940". in November 1940 geval Lindeman
met grossiers C. M. ( Dijkstra, Draaisma,
Kramer ) behandeld.
Lindeman, die groothandels-er-
kenning heeft, vakbekwaamheid, crediet-
waardig is, kan niet langer worden
geweigerd.
Handel heeft zich bij deze argumenten
neergelegd.
Met bovengenoemde grossiers
toen besproken, in soortgelijke
~~waarin betrekking tot de erkenning heeft & bekwaamheid~~
gevallen ~~toegang verleend~~
alleen voor pakhuizen, niet
voor open plaatsen.
Tijdens besprekingen opslag
toelating grossier Huil [?] tot
C.M. besproken. Handel
zegt : als man aan bovenstaande
normen voldoet en hij wil
pakhuis huren, geen bezwaar.
Men is het er over eens, dat
pakhuizen niet leeg kunnen
blijven, als er goede gegadigden
voor zijn. Het document betreft een besluitvormingsproces rondom de erkenning van een zekere Lindeman als grossier. Uit de tekst blijkt dat Lindeman voldoet aan de formele eisen: hij beschikt over de nodige groothandelserkenning, is vakbekwaam en kredietwaardig. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat zijn toelating "niet langer geweigerd" kan worden. De instantie aangeduid als "Handel" gaat hiermee akkoord.
Er wordt tevens een beleidslijn uitgezet voor soortgelijke gevallen: erkenning en toegang worden verleend voor het gebruik van pakhuizen (overdekte opslag), maar expliciet niet voor "open plaatsen". De onderliggende ratio is pragmatisch en economisch van aard: het is onwenselijk om pakhuisruimte onbenut te laten als er gekwalificeerde gegadigden zijn die willen huren. Dit document is geschreven in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). In deze periode werden distributie en handel steeds strakker gereguleerd. De vermelding van de "grossiers C.M." duidt waarschijnlijk op een Commissie van Grossiers of een soortgelijk corporatistisch overlegorgaan dat onder toezicht van de bezetter of de Nederlandse overheden de markttoegang reguleerde.
Het handhaven van criteria zoals "vakbekwaamheid" en "credietwaardigheid" wijst op de voortzetting van het vooroorlogse vestigingsbeleid, maar dan binnen de nieuwe context van een beginnende schaarste-economie waarbij de efficiënte benutting van opslagruimte ("pakhuizen niet leeg kunnen blijven") een prioriteit werd. De notitie geeft een inkijkje in de ambtelijke afwegingen tussen individuele ondernemersbelangen en het algemeen economisch beheer in oorlogstijd.