Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 31 juli 1942. De waarnemend Directeur (dienst onbekend, vermoedelijk Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Fr. Müller [doorgehaald]
(E)
HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/4/18 M. 2 31 Juli 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo
te doen geworden ten name van fa. J. de Geus & Co's betreffende
huur van pakhuisafdeeling No.E.3 van pier E op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit
contract door den Heer Burgemeester te willen bevorderen en mij het
daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie
worden zorggedragen.
De Directeur,
wnd. * **Onderwerp:** De begeleiding van een huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam.
- Partijen: De huurder is de firma J. de Geus & Co. De verhuurder is de gemeente.
- Procedure: De waarnemend directeur verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om ervoor te zorgen dat de Burgemeester het contract ondertekent. Dit wijst op de strikte hiërarchie en formele procedures binnen het gemeentebestuur in die tijd.
- Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U", "te doen geworden", "beleefd verzoeken"), kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van de vroege 20e eeuw. * Tijdsbeeld: De brief dateert uit juli 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale post tijdens de oorlogsjaren vanwege de schaarste en de rantsoenering van voedsel. In Amsterdam was de burgemeester op dat moment Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld.
- Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (geopend in 1934), het knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. De genoemde "pier E" en "pakhuisafdeeling No.E.3" maken deel uit van de infrastructuur aan het water, waar goederen per schip werden aangevoerd.
- Economie: Ondanks de oorlog gingen reguliere commerciële zaken, zoals het huren van opslagruimte door handelsfirma's (zoals J. de Geus & Co), door, zij het onder streng toezicht van de distributieorganen.