Archiefdocument
Origineel
5 november 1942 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam, zoals Marktwezen of Grondbedrijf) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam [Handgeschreven in rood potlood, diagonaal:] Verzonden 7/11
[Handgeschreven bovenaan:] H Müller
[Getypt rechtsboven:] HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/4/31 M. 2. 5 November 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen
geworden ten name van de Stchtng ter behartiging van den Neder-
landschen Detailhandel van Aardappelen, "Centraal Belang", afdee-
ling Amsterdam, betreffende huur van perceel Jan van Galenstraat
No.18, alhier.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract
door den Heer Burgemeester te willen bevorderen en mij het daarna
te doen terugzenden; dezerzijds kan dan voor registratie worden
zorggedragen.
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek voor de administratieve afhandeling van een huurcontract. Een directeur verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om de burgemeester een contract te laten ondertekenen. Het contract betreft de huur van een perceel aan de Jan van Galenstraat 18 in Amsterdam door de "Stichting ter behartiging van den Nederlandschen Detailhandel van Aardappelen, 'Centraal Belang', afdeeling Amsterdam". Na ondertekening moet het document worden teruggestuurd voor definitieve registratie. De handgeschreven aantekening "Verzonden 7/11" geeft aan dat de brief twee dagen na datering daadwerkelijk is verstuurd. Het document stamt uit november 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening een kritieke en streng gereguleerde overheidszaak. De Jan van Galenstraat in Amsterdam is de locatie van de Centrale Markthallen, het logistieke hart van de voedseldistributie in de stad. De genoemde stichting "Centraal Belang" was een organisatie die de belangen van aardappeldetailhandelaren behartigde binnen het toenmalige systeem van distributie en toewijzing. De betrokkenheid van zowel de wethouder als de burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) bij een huurcontract onderstreept het belang van de controle op vastgoed en voedselvoorziening in oorlogstijd.