Officiële kennisgeving / Strafbeschikking.
Origineel
Officiële kennisgeving / Strafbeschikking. 27 juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] W. de Boer
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 27/7
25/118/4 M. [linksboven]
G. [rechtsboven]
27 Juli 1939. [rechtsboven]
den Heer M. Noach,
Bankastraat 34 hs,
Amsterdam-Oost.
Wyk 18A.
In verband met het feit, dat op 21 Juli jl. de door U bezette marktplaats op de markt Albert Cuypstraat in verontreinigden toestand werd aangetroffen, heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelyk gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tyd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele waarschuwing aan een marktkoopman, de heer M. Noach. Hij krijgt een voorwaardelijke straf opgelegd omdat zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt op 21 juli 1939 "verontreinigd" (vies) was achtergelaten.
* Juridische grondslag: De straf is gebaseerd op artikel 39 lid 1 van het toenmalige Reglement op de Markten van de gemeente Amsterdam.
* Sanctie: De straf bestaat uit de ontzegging van het recht op een marktplaats voor de duur van één dag.
* Voorwaarde: De straf is voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. Alleen bij een nieuwe overtreding binnen dat jaar zal de eendaagse schorsing daadwerkelijk worden uitgevoerd, bovenop de straf voor de nieuwe overtreding.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in het ambtelijk Nederlands van de jaren '30, herkenbaar aan spellingen zoals "voorwaardelyk" en "den tyd". Dit document biedt een inkijkje in de strikte handhaving op de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was toen al de belangrijkste dagmarkt van de stad. De geadresseerde, M. Noach, woonde in de Bankastraat in de Indische Buurt, een wijk die in die tijd een aanzienlijke Joodse bevolking kende. Gezien de datum (juli 1939) en de achternaam is dit document mogelijk van belang voor genealogisch onderzoek of onderzoek naar de sociaal-economische positie van Joodse markthandelaren in Amsterdam kort voor de bezetting. De handgeschreven aantekening "Verzonden 27/7" duidt op een administratieve kopie voor het archief van de betreffende dienst. M. Noach W. de Boer Gemeente Amsterdam Marktwezen