Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 14
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven memo of interne notitie op een ongelinieerd vel papier.

Gedateerd tussen 17 en 30 april 1942.

Origineel

Handgeschreven memo of interne notitie op een ongelinieerd vel papier. Gedateerd tussen 17 en 30 april 1942. [In blauwe inkt:]
Het is aanbeveling niet
te veel staat te maken
op verklaringen
Overloop en Pedro.

[In de linkermarge in potlood:]
Musp [?]

[Middenstuk, in blauwe inkt, omcirkeld met potlood:]
( Aan CED verzoeken
deze personen te doen
controleeren bijv. door
volgen om na te gaan
waar zij hun visch laten. )

[In het midden, in blauwe inkt:]
17-4-42
[paraaf]

[Rechtsmarge, verticaal geschreven in potlood:]
Genoteerd
27-4-'42
de Hoen

[Onderste gedeelte, in potlood:]
bespreken op
Vrijdagmorgen 11 uur
want dan komt
Th. Visser v. C.C.C.D.

[Helemaal onderaan, diverse aantekeningen in potlood:]
berging 30/4-'42 [paraaf]
Opbergen 27-4-'42
de Hoen

--- Het document is een interne ambtelijke notitie die betrekking heeft op een lopend onderzoek naar twee personen, genaamd Overloop en Pedro. De kern van de notitie is een wantrouwen jegens hun verklaringen en een verzoek tot actieve observatie ("volgen").

Belangrijke elementen:
* Onderwerp: Vermoedelijke illegale handel of verduistering. Er wordt specifiek gevraagd te controleren "waar zij hun visch laten". In de context van 1942 kan dit duiden op zwarte handel in voedselmiddelen.
* Instanties: Er wordt verwezen naar de CED (mogelijk een opsporingsdienst) en de C.C.C.D. (Crisis Controle Dienst). De CCD was tijdens de bezetting verantwoordelijk voor de handhaving van de distributieregels en de bestrijding van de zwarte markt.
* Tijdsverloop: De eerste notitie stamt van 17 april. Op 27 april noteert "de Hoen" dat de instructie is genoteerd en geeft hij opdracht tot opbergen. Op 30 april volgt een definitieve melding van berging.
* Th. Visser: Deze persoon van de C.C.C.D. zou op een vrijdagochtend langskomen om de zaak te bespreken, wat wijst op een coördinatie tussen verschillende diensten.

--- Dit document bevindt zich in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (april 1942). In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem. De Crisis Controle Dienst (CCD) speelde een cruciale rol in het controleren van de goederenstroom en het opsporen van economische delicten zoals de zwarte handel.

De informele aard van het briefje (geschreven op een klein stuk papier met verschillende pennen) is typerend voor de dagelijkse administratieve gang van zaken bij lokale controle- of politie-instanties in die tijd. Het wantrouwen jegens verklaringen en de noodzaak om verdachten fysiek te volgen ("schaduwen") onderstreept de repressieve sfeer en de nauwe controle op de voedselvoorziening.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke notitie die betrekking heeft op een lopend onderzoek naar twee personen, genaamd Overloop en Pedro. De kern van de notitie is een wantrouwen jegens hun verklaringen en een verzoek tot actieve observatie ("volgen").

Belangrijke elementen:
* Onderwerp: Vermoedelijke illegale handel of verduistering. Er wordt specifiek gevraagd te controleren "waar zij hun visch laten". In de context van 1942 kan dit duiden op zwarte handel in voedselmiddelen.
* Instanties: Er wordt verwezen naar de CED (mogelijk een opsporingsdienst) en de C.C.C.D. (Crisis Controle Dienst). De CCD was tijdens de bezetting verantwoordelijk voor de handhaving van de distributieregels en de bestrijding van de zwarte markt.
* Tijdsverloop: De eerste notitie stamt van 17 april. Op 27 april noteert "de Hoen" dat de instructie is genoteerd en geeft hij opdracht tot opbergen. Op 30 april volgt een definitieve melding van berging.
* Th. Visser: Deze persoon van de C.C.C.D. zou op een vrijdagochtend langskomen om de zaak te bespreken, wat wijst op een coördinatie tussen verschillende diensten.


Historische Context

Dit document bevindt zich in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (april 1942). In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem. De Crisis Controle Dienst (CCD) speelde een cruciale rol in het controleren van de goederenstroom en het opsporen van economische delicten zoals de zwarte handel.

De informele aard van het briefje (geschreven op een klein stuk papier met verschillende pennen) is typerend voor de dagelijkse administratieve gang van zaken bij lokale controle- of politie-instanties in die tijd. Het wantrouwen jegens verklaringen en de noodzaak om verdachten fysiek te volgen ("schaduwen") onderstreept de repressieve sfeer en de nauwe controle op de voedselvoorziening.

Gerelateerde Documenten 6