Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 18 maart 1942. Andries Kloot (geboren 13 mei 1886 te Amsterdam). Welheer Ter Haar, Centraale Vischverdeeling. [Linksboven, schuin geschreven]
Inheletoen
aal.
[Rechtsboven]
Amsterdam 18 Maart 1942
Centraale visch verdeeling
Welheer Ter Haar
[Archiefstempel]
No 46A/70/6 M. 1942
Hier mede richt ik mij met een vriendelijk
beleefd verzoek tot U. om mij die zich
noemt Andries Kloot geboren Amsterdam
1886, 13 Mei, een toe wijzing te willen
toe kennen voor het koopen van gerookte
en Versche Aal daar ik wel een toe wijzing
heb, voor riviervisch maar niet voor Aal
en daar ik een vaste standplaats in de
Albertcuypstraat heb, en cirka 20 jaar. handela
visch handelaar ben, en daar ik de Aal ook
meest al uit de afslag betrokken heb.
Wat Mijnheer Stam wel bekent is. Zoo
hoop ik, als dat U mij thans ook die
guns mag toe denken. Zoo teeken ik.
bij voorbaat mijne hartelijke dank.
Andries Kloot
Kuipersstraat No 57
1 etage. In deze brief verzoekt Andries Kloot de 'Centrale Vischverdeeling' om een toewijzing voor de inkoop van zowel gerookte als verse aal. Tijdens de Duitse bezetting was de handel in schaarse goederen zoals vis onderworpen aan strikte distributieregels; ondernemers hadden specifieke vergunningen nodig om bij de groothandel of afslag te mogen inkopen.
Kloot voert aan dat hij reeds een toewijzing heeft voor riviervis, maar dat aal daar niet onder valt. Hij benadrukt zijn legitimiteit als handelaar door te wijzen op zijn twintigjarige ervaring en zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij voert een referent op, "Mijnheer Stam", die zijn bewering dat hij voorheen altijd aal op de afslag kocht, kan bevestigen. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel, passend bij een verzoek aan een overheidsinstantie. Dit document is historisch beladen vanwege de identiteit van de afzender en het tijdstip van schrijven. Andries Kloot was een Joodse vishandelaar in Amsterdam. De Albert Cuypmarkt was in die tijd een centrum van Joodse handel. In maart 1942 waren de anti-Joodse maatregelen door de bezetter al ver doorgevoerd, maar de massale deportaties naar de vernietigingskampen waren nog niet begonnen.
Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Andries Kloot (1886-1943) inderdaad op het genoemde adres in de Kuipersstraat woonde. Dit schrijven toont de dagelijkse realiteit van Joodse burgers die, ondanks de steeds nijpender wordende vervolging, probeerden hun bedrijf en broodwinning legaal voort te zetten. Andries Kloot werd uiteindelijk gedeporteerd en is op 23 juli 1943 vermoord in Sobibor. De brief is daarmee een direct getuigenis van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden beëindigd.