Getypte brief (doorslag op doorschrijfpapier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op doorschrijfpapier). 16 november 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Nederlandsche Visscherijcentrale of een aanverwante distributie-instantie). Bohn
RP.
C.W. Köhler
Zeestraat 115
Beverwijk.
46A/79/8 16 November 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 October j.l. deel ik U mede dat het verzoek van P. Kliffen om hem bepaalde visschsoorten toe te wijzen reeds meermalen na onderzoek door de verdeelingscommissie is afgewezen, omdat in de winkels van Kliffen in hoofdzaak aardappelen, groenten en fruit wordt verkocht. Hiervan is hem o.m. ook reeds op 23 Juli j.l. door de Nederlandsche Visscherijcentrale mededeeling gedaan.
In het feit, dat Kliffen thans voorloopig is erkend door deze Centrale geeft genoemde Commissie geen aanleiding om op de beslissing terug te komen.
De Directeur, Deze brief is een formeel besluit waarin een verzoek tot toewijzing van vis wordt afgewezen. De ontvanger, C.W. Köhler, trad waarschijnlijk op als tussenpersoon of belangenbehartiger voor P. Kliffen.
De kern van de afwijzing is dat de winkels van Kliffen primair zijn ingericht voor de verkoop van aardappelen, groenten en fruit (AGF). De verdeelingscommissie hanteert blijkbaar strikte scheidingen tussen verschillende takken van de levensmiddelenhandel; vis mag blijkbaar niet zomaar als nevenproduct worden verkocht in een groentewinkel. Opvallend is dat Kliffen wel "voorloopig is erkend" door de Centrale, maar dat dit voor de commissie niet zwaar genoeg weegt om het eerdere negatieve besluit te herzien. Het document dateert uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikte distributie en schaarste van goederen. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een van de organen die door de bezetter waren ingesteld (of gecontroleerd) om de voedselvoorziening en handel te reguleren via een systeem van vergunningen en toewijzingen.
Beverwijk, gelegen nabij de kust en de vishaven van IJmuiden, was een logische plek voor de handel in vis, maar zelfs daar was de verkoop streng aan regels gebonden. De brief illustreert de bureaucratische controle op de detailhandel: ondernemers konden niet vrij beslissen wat zij verkochten; elke uitbreiding van het assortiment (zoals vis in een groentewinkel) moest goedgekeurd worden door de centrale autoriteiten. P. Kliffen