Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 april 1942. Nº 46A/89/1 M. 1942 27/4
26-4-42
[Onleesbaar, mogelijk: Insp.]
Geachte Heer.
Hier bij doen ik een verzoek
aan u, of ik bij u in de gunst
mag komen voor een toewijzing
van zoetwater visch onder
anderen voor aal garnalen en
zoetwatervisch.
Mijnheer, daar ik in militairen
dienst bent geweest en toen
over moest gaan naar de O.D.
omdat wij niet met verlof
mochten gaan. en ik zoodoende
mijn toewijzing niet in ont-
vangst kon nemen.
Mijnheer ik heb toen wel van
u een toewijzing voor mosselen
gekregen, maar daar die nu
af lopen wil ik toch weer
in de anderen visch mijn
brood verdienen voor mij en
mijn gezin, daar ik altijd in
de visch en haring en gerookte
visch gewerkt heeft. * Inhoud: De schrijver verzoekt om een vergunning (toewijzing) voor de handel in zoetwatervis (aal en garnalen). Hij voert aan dat hij door zijn militaire verplichtingen een eerdere kans op een toewijzing heeft gemist. Hoewel hij tijdelijk een toewijzing voor mosselen had, loopt deze af en wil hij terugkeren naar de vissoort waar hij zijn hele leven ervaring in heeft om zijn gezin te onderhouden.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een eerbiedige toon, maar bevat diverse grammaticale eigenaardigheden en archaïsche spellingen die duiden op een schrijver uit de werkende klasse (bijv. "Hier bij doen ik", "dienst bent geweest", "gewerkt heeft").
* Historische termen:
* Toewijzing: Tijdens de bezetting was de distributie van voedsel en handelswaar strikt gereguleerd via een systeem van vergunningen en toewijzingen door de Rijksbureaus.
* O.D. (Ordedienst): De schrijver vermeldt dat hij naar de O.D. moest overgaan. De Ordedienst was een organisatie die kort na de capitulatie in 1940 werd opgericht door militairen, officieel om de orde te handhaven, maar later een belangrijke rol speelde in het verzet. Deze brief weerspiegelt de economische realiteit van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (1942). Door de schaarste en de Duitse "Planwirtschaft" was vrije handel onmogelijk. Ondernemers en vissers waren volledig afhankelijk van de gunst van bureaucratische instanties voor hun levensonderhoud. De vermelding van militaire dienst en de overgang naar de O.D. plaatst de persoonlijke geschiedenis van de schrijver direct in de woelige periode na de Nederlandse capitulatie van mei 1940. De noodzaak om "brood te verdienen voor mij en mijn gezin" onderstreept de toenemende druk op de voedselvoorziening en bestaanszekerheid in die jaren.