Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 190
Dossier 24
Jaar 1942
Stadsarchief

Doorslag van een ambtelijke brief (typschrift).

4 december 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Den Haag). Dossier: 1084, 414, 46/80/2, 46/80/7

Origineel

Doorslag van een ambtelijke brief (typschrift). 4 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Den Haag). VD/HG.

Verzonden 4/12 [handgeschreven]

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

46A/115/2 M. 2 [handgeschreven] 4 December 1941

Verzoek Mw. Barends-
Bodemeyer.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 24 November
jl. om advies ontvangen stuk No.1084 L.M.1941 heb ik de eer U te be-
richten, dat omtrent de onderhavige aangelegenheid in het jaar 1936
reeds uitvoerig is gecorrespondeerd (vide mijn brieven d.d. 7 Mei
1936 No.46/80/2 M.en 18 Juni 1936 No.46/80/7 M.). Bij Besluit van
Burgemeester en Wethouders d.d. 24 Juli 1936 No.414 L.M.1936 is Mevr.
Barends-Bodemeyer een uitkeering in eens verstrekt van ƒ 250,-; zij
heeft toen schriftelijk verklaard, geen enkele aanspraak meer tegen
de Gemeente te doen gelden (deze verklaring leg ik hierbij in af-
schrift over).

Op grond van het bovenstaande is er naar mijn meening geen
enkele aanleiding, op haar verzoek in te gaan; ik geef U beleefd in
overweging Mevr. Barends-Bodemeyer hiervan mededeeling te doen.

De Directeur, * Inhoud: De Directeur adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om een verzoek van een zekere mevrouw Barends-Bodemeyer af te wijzen.
* Argumentatie: Het verzoek is niet nieuw. De zaak is al in 1936 afgehandeld. Destijds heeft de verzoekster een eenmalige uitkering van 250 gulden ontvangen. Als voorwaarde hiervoor heeft zij een verklaring getekend waarin zij afzag van verdere claims tegen de gemeente. De Directeur voegt een kopie van die verklaring toe als bewijslast.
* Stijl en toon: De brief is geschreven in een uiterst formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging"). De toon is beslist: op basis van het archiefonderzoek is er geen juridische of morele grond voor het inwilligen van het verzoek.
* Fysieke staat: Het betreft een doorslag (carbon copy) op dun papier. De aanwezigheid van de handgeschreven datum van verzending duidt op een administratieve workflow waarbij kopieën werden bijgehouden voor het eigen archief (het minuut-dossier). * Tijdsgewricht: Het document dateert van december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een zakelijke, bijna routineuze toon heeft, valt de functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" op. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie een van de meest kritieke taken van het lokale bestuur.
* Sociale context: Uit de brief blijkt dat individuele burgers regelmatig verzoeken (vaak om financiële steun of compensatie) indienden bij het stadsbestuur. De bureaucratie waakte strikt over de rechtmatigheid hiervan door dossiers decennialang bij te houden. Een bedrag van 250 gulden in 1936 was aanzienlijk; ter vergelijking, dit was destijds voor velen een equivalent van meerdere maandsalarissen.
* Bestuurlijke continuïteit: Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke procedures voor civiele zaken grotendeels ongewijzigd doorlopen, steunend op eerdere besluitvorming uit de vooroorlogse periode (1936).

Samenvatting

  • Inhoud: De Directeur adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om een verzoek van een zekere mevrouw Barends-Bodemeyer af te wijzen.
  • Argumentatie: Het verzoek is niet nieuw. De zaak is al in 1936 afgehandeld. Destijds heeft de verzoekster een eenmalige uitkering van 250 gulden ontvangen. Als voorwaarde hiervoor heeft zij een verklaring getekend waarin zij afzag van verdere claims tegen de gemeente. De Directeur voegt een kopie van die verklaring toe als bewijslast.
  • Stijl en toon: De brief is geschreven in een uiterst formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging"). De toon is beslist: op basis van het archiefonderzoek is er geen juridische of morele grond voor het inwilligen van het verzoek.
  • Fysieke staat: Het betreft een doorslag (carbon copy) op dun papier. De aanwezigheid van de handgeschreven datum van verzending duidt op een administratieve workflow waarbij kopieën werden bijgehouden voor het eigen archief (het minuut-dossier).

Historische Context

  • Tijdsgewricht: Het document dateert van december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een zakelijke, bijna routineuze toon heeft, valt de functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" op. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie een van de meest kritieke taken van het lokale bestuur.
  • Sociale context: Uit de brief blijkt dat individuele burgers regelmatig verzoeken (vaak om financiële steun of compensatie) indienden bij het stadsbestuur. De bureaucratie waakte strikt over de rechtmatigheid hiervan door dossiers decennialang bij te houden. Een bedrag van 250 gulden in 1936 was aanzienlijk; ter vergelijking, dit was destijds voor velen een equivalent van meerdere maandsalarissen.
  • Bestuurlijke continuïteit: Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke procedures voor civiele zaken grotendeels ongewijzigd doorlopen, steunend op eerdere besluitvorming uit de vooroorlogse periode (1936).

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6