Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 256
Dossier 28
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

6 mei 1942 Van: G. C. Borgman Aan: Onbekend (geadresseerd als "Mijne Heeren", vermoedelijk een marktmeester of gemeentelijke instantie)

Origineel

6 mei 1942 G. C. Borgman Onbekend (geadresseerd als "Mijne Heeren", vermoedelijk een marktmeester of gemeentelijke instantie) № 46A / 133 / 1 M. 1942 0/5
6 Mei 1942

Mijne Heeren.
Daar ik u verzoek om een Rauwe-stal
Toewijzing daar ik altijd Rauwe
stal heb gehad en ze altijd heb
laten Rooken Ik heb aan die toe
wijzing van Gerookte stal niks
Ik heb volgens mijn zelf Recht
op Rauwe stal daar ik nog nooit
zoo Gerookte stal gekocht heb
Dat is op de markt wel bekent
Wou ik dat u dat voor mijn kon
doen En zoo niet dat spijt mijn
ten zeerste maar dan moet u
mijn Toewijzing voor Gerookte
stal maar in trekken Want daar
weet ik niks mee te beginnen
Het is wat daar ben je zooveel
jaar voor aan de Vismarkt
Ik hoop nog op een Gunstig ant,,
woord te mogen Rekeken zoo
Teeken ik
G. C. Borgman
Wagenstraat
20 III
Amsterdam Het document is een handgeschreven brief van een markthandelaar, G.C. Borgman, gericht aan een controlerende instantie in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijver uit zijn ongenoegen over een besluit betreffende zijn marktplaats.

De kern van het geschil is dat Borgman een "Rauwe-stal" (een staanplaats voor de verkoop van onbewerkte vis) wenst, terwijl hem een "Gerookte-stal" is toegewezen. Hij voert aan dat hij historisch gezien altijd een stal voor rauwe vis heeft gehad en de vis vervolgens zelf liet roken. Hij stelt dat hij geen ervaring heeft met het inkopen van reeds gerookte vis ("nog nooit zoo Gerookte stal gekocht heb") en dat zijn reputatie op de markt gebaseerd is op de handel in rauwe vis.

De toon is dringend en enigszins verongelijkt: hij stelt dat hij "recht" heeft op zijn oude status en dreigt de toewijzing volledig terug te geven ("in trekken") als hij zijn zin niet krijgt, omdat hij met een stal voor gerookte vis niets kan aanvangen. De taal bevat diverse spelfouten ("bekent", "Rekeken") en is informeel van aard, wat duidt op een schrijver uit de werkende klasse. De brief dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel strikt gereguleerd door distributiestelsels en de "Gemachtigde voor de Prijzen". Marktkooplieden waren gebonden aan strenge vergunningen en specifieke categorieën van goederen die zij mochten verhandelen.

De vermelding van de "Vismarkt" verwijst waarschijnlijk naar de vismarkt in Amsterdam (mogelijk de Centrale Markthallen of een lokale markt). De herindeling van stallen of het wijzigen van vergunningen (van rauw naar gerookt) kan te maken hebben gehad met schaarste, hygiënevoorschriften van de bezetter, of een poging van de overheid om de handelsketen strakker te controleren. Voor een handelaar als Borgman betekende een gedwongen overstap van rauwe naar gerookte handel een fundamentele verandering van zijn bedrijfsvoering en inkomstenmodel.

Samenvatting

Het document is een handgeschreven brief van een markthandelaar, G.C. Borgman, gericht aan een controlerende instantie in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijver uit zijn ongenoegen over een besluit betreffende zijn marktplaats.

De kern van het geschil is dat Borgman een "Rauwe-stal" (een staanplaats voor de verkoop van onbewerkte vis) wenst, terwijl hem een "Gerookte-stal" is toegewezen. Hij voert aan dat hij historisch gezien altijd een stal voor rauwe vis heeft gehad en de vis vervolgens zelf liet roken. Hij stelt dat hij geen ervaring heeft met het inkopen van reeds gerookte vis ("nog nooit zoo Gerookte stal gekocht heb") en dat zijn reputatie op de markt gebaseerd is op de handel in rauwe vis.

De toon is dringend en enigszins verongelijkt: hij stelt dat hij "recht" heeft op zijn oude status en dreigt de toewijzing volledig terug te geven ("in trekken") als hij zijn zin niet krijgt, omdat hij met een stal voor gerookte vis niets kan aanvangen. De taal bevat diverse spelfouten ("bekent", "Rekeken") en is informeel van aard, wat duidt op een schrijver uit de werkende klasse.

Historische Context

De brief dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel strikt gereguleerd door distributiestelsels en de "Gemachtigde voor de Prijzen". Marktkooplieden waren gebonden aan strenge vergunningen en specifieke categorieën van goederen die zij mochten verhandelen.

De vermelding van de "Vismarkt" verwijst waarschijnlijk naar de vismarkt in Amsterdam (mogelijk de Centrale Markthallen of een lokale markt). De herindeling van stallen of het wijzigen van vergunningen (van rauw naar gerookt) kan te maken hebben gehad met schaarste, hygiënevoorschriften van de bezetter, of een poging van de overheid om de handelsketen strakker te controleren. Voor een handelaar als Borgman betekende een gedwongen overstap van rauwe naar gerookte handel een fundamentele verandering van zijn bedrijfsvoering en inkomstenmodel.

Gerelateerde Documenten 6