Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 9 mei 1942. Vermoedelijk een viskoopman genaamd Wurms (gebaseerd op de tekst). Den Heer Directeur van het Gemeentelijk Marktwezen te Amsterdam. № 46A/139/1 M. 1942 11/5
Amsterdam, 9 Mei 1942
Den Heer Directeur van
het Gem. Marktwezen
te Amsterdam.
Mijnheer,
Gisteren werd mij op de vischmarkt medegedeeld, dat ik niet in aanmerking kwam voor aal.
In Hilversum en Weesp heb ik altijd een vaste standplaats gehad voor alle soorten visch, dus ook aal heb ik altijd verkocht. Mijn grossiers waren Hansen, Wijnschenk, Pais.
Wat is nu de reden, dat ik nu geen aal krijg? Is er misschien een vergissing plaats gevonden met een andere Wurms?
Ik verzoek U nu beleefd er voor te willen zorgen, dat ik thans weer in aanmerking kom voor aal. Al eenige maanden ben ik gedupeerd, aangezien ik niet meer in Hilversum op de markt mag staan.
Hopende, dat U aan mijn beleefd verzoek zult willen voldoen, opdat ik zoo spoedig mogelijk weer voor een toewijzing voor aal zal krijgen, De schrijver van deze brief, een viskoopman (waarschijnlijk Wurms genaamd), beklaagt zich over het feit dat hij geen toewijzing meer krijgt voor de inkoop en verkoop van aal (paling). Hij voert aan dat hij een ervaren handelaar is met vaste standplaatsen in Hilversum en Weesp en bekende grossiers (Hansen, Wijnschenk, Pais).
De brief bevat een cruciale zin: "Al eenige maanden ben ik gedupeerd, aangezien ik niet meer in Hilversum op de markt mag staan." De toon is beleefd en zakelijk, maar de onderliggende toon is er een van wanhoop en onbegrip over de bureaucratische uitsluiting. De vraag of er een "vergissing" is gemaakt met "een andere Wurms" suggereert dat de schrijver hoopt dat zijn uitsluiting op een administratieve fout berust in plaats van op opzet. Dit document stamt uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is die van de toenemende anti-Joodse maatregelen en de gelijktijdige schaarste aan goederen.
- Anti-Joodse maatregelen: De namen "Wurms", "Wijnschenk" en "Pais" zijn veelvoorkomende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, in het bijzonder in de vis- en markthandel. In november 1941 werden Joodse marktkooplieden in veel gemeenten verbannen van de reguliere markten. De opmerking dat hij niet meer in Hilversum op de markt mag staan, duidt er zeer waarschijnlijk op dat de schrijver Joods is en door de bezettingswetgeving uit zijn beroep werd gedreven.
- Distributie en Toewijzing: Tijdens de oorlog was vis, en zeker aal, een schaars goed. De handel werd streng gereguleerd door het Gemeentelijk Marktwezen. Toewijzingen waren noodzakelijk om legaal te kunnen handelen.
- Betekenis: De brief illustreert de bureaucratische verstikking van Joodse ondernemers. Terwijl de schrijver probeert zijn recht op handel te verdedigen met argumenten over beroepservaring en vergissingen, was de werkelijkheid dat de uitsluiting gebaseerd was op de rassenwetten van de bezetter, die de toegang tot de economie en voedselbronnen voor Joden systematisch afsneed. Marktwezen