Brief / Verzoekschrift.
Origineel
Brief / Verzoekschrift. Tevens krijg ik alle dagen grote kwan-
tums van buiten die ik verplicht ben
in de afslag af te geven, wat een straf is
dat niet voor mij
indien ik die met mij 2 zoons mocht deelen
dan hoef ik geen toewijzing van garnalen
meer te hebben.
Anders vraag ik u om ook beleefd er voor
te zorgen dat ik een dubbelde toewijzing
van aal en garnalen krijg, als er een
recht op heb zijn wij het.
Ik durf er een eed voor af te leggen dat wij
benoemde handelaren meer aal, zoetwater-
visch, en garnalen ten alle tijden verkocht
hebben voor de vastgestelde prijzen, noem
er maar nog eens één op op de Lijnbaansgracht.
Ik heb deze dag de tijd gehad om eens
na te gaan waar de aal blijft en ik ver-
zeker u dat er heden avond 80 % in de
kroegen verkocht worden voor zeer hooge prijzen
Daarom moet een eerlijk koopman met een
groote toewijzing hebben, die ze uitsluitend
aan de arme volksgemeente verkoopt.
Ik hoop spoedig een bericht van u te hooren
Hoogachtend
M Ossedrijver
Westerstraat 19 I De brief is een direct en emotioneel pleidooi van een vishandelaar uit de Jordaan die zich benadeeld voelt door de geldende distributieregels. De kernpunten zijn:
- De regeldruk: De schrijver klaagt dat hij vis die hij zelf van "buiten" (directe inkoop of eigen vangst) krijgt, verplicht moet inleveren bij de centrale afslag. Hij ervaart dit als een straf, omdat hij zijn eigen voorraad niet met zijn zonen mag delen voor hun handel.
- Eerlijkheid versus woeker: Ossedrijver werpt zich op als een "eerlijk koopman" die zich aan de officieel vastgestelde prijzen houdt. Hij contrasteert dit met de zwarthandel op de Lijnbaansgracht, waar aal voor woekerprijzen in de kroegen verdwijnt.
- Sociaal argument: Hij gebruikt een sterk sociaal-maatschappelijk argument door te stellen dat zijn vis uitsluitend naar de "arme volksgemeente" gaat. Door hem meer toe te wijzen, zou de overheid de armere bevolking helpen in plaats van de illegale handel. De familie Ossedrijver was een bekende Joodse familie van vishandelaren in Amsterdam. Moses Ossedrijver woonde inderdaad op het adres Westerstraat 19. Dit document biedt een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tijdens een periode van rantsoenering. De Lijnbaansgracht en de Westerstraat vormden het hart van de Jordaan, een wijk die in die tijd zwaar getroffen werd door voedseltekorten. De "afslag" waarnaar verwezen wordt, was de enige plek waar vis legaal verhandeld mocht worden om prijsopdrijving te voorkomen, een systeem dat vaak leidde tot frustratie bij de handelaren zelf.