Handgeschreven brief (bladzijde 4 van een langer schrijven).
Origineel
Handgeschreven brief (bladzijde 4 van een langer schrijven). Ongedateerd op deze pagina, maar verwijst naar een brief van "2 dezer" (van deze maand). De spelling ("visch", "groote") duidt op de periode vóór de spellinghervorming van 1947. 4.
Bij nadere rustige overweging echter
meenen wij daarmede geen genoegen
te kunnen nemen.
Het is ons niet bekend, dat er
voorschriften zijn die U tot zulke maat-
regelen bevoegdheid verleenen, doch
onrustige omstandigheden, zooals die
door de groote drukte van thans, nu
groote hoeveelheden visch door Uw
instituut moeten worden verdeeld
en behandeld, heerschen, kunnen
gemakkelijker vermeende afwijkingen
veroorzaken, waardoor ten onrechte
kosten en moeilijkheden voor ons zouden
kunnen ontstaan.
Zonder onaangenaam te willen zijn,
moeten wij in dit verband wijzen op het
geval, volgens Uw adviesbrief No. 1859
van 2 dezer, redenen waarom wij U hier-
door mededeelen, dat wij met het
voornemen van Uwen Heer de Haan
niet instemmen.
Wij zijn niet de oorzaak dat onze
visch via U verkocht moet worden, en
wij kunnen er geen genoegen mee nemen * Toon: De brief is formeel, zakelijk en beslist van toon. De schrijver hanteert een beleefde maar dwingende stijl ("geen genoegen te kunnen nemen", "Zonder onaangenaam te willen zijn") om ongenoegen te uiten over een opgelegde procedure.
* Kernboodschap: De afzender protesteert tegen bepaalde maatregelen of handelingen van een 'instituut' (waarschijnlijk een distributie- of keuringsinstantie). De schrijver betwist de juridische grondslag ("bevoegdheid") van deze maatregelen.
* Argumentatie: Er wordt gewezen op de huidige chaos of drukte ("groote drukte van thans") bij de visverwerking, wat zou leiden tot fouten ("vermeende afwijkingen") en onterechte kosten voor de ondernemer. De schrijver benadrukt dat zij gedwongen worden hun vis via deze instantie te verkopen ("niet de oorzaak dat onze visch via U verkocht moet worden").
* Betrokkenen: De afzender (waarschijnlijk een vishandelaar of rederij), de ontvanger (een overheidsinstelling of distributiebureau), en een specifieke functionaris genaamd "Heer de Haan". Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode van de geleide economie of de naoorlogse distributie (jaren '40). In die tijd was de handel in schaarse goederen, waaronder vis, strikt gereguleerd door rijksbureaus of centrale instituten. De brief illustreert de frictie tussen private ondernemers en de bureaucratische controleorganen die in het leven waren geroepen om de voedselvoorziening te reguleren. De verwijzing naar "adviesbrief No. 1859" duidt op een uitgebreide administratieve correspondentie tussen de handel en de overheid.