Ambtelijke brief / Kennisgeving van afwijzing.
Origineel
Ambtelijke brief / Kennisgeving van afwijzing. 30 mei 1942. De waarnemend Directeur van de Visscherijcentrale. Den Heer J. Grishaver, Rijnstraat 25, Amsterdam-Z. [Rechtsboven, handgeschreven:]
verzonden 30/5
[Uiterst rechtsboven, getypt:]
HB.
[Geadresseerde:]
den Heer J. Grishaver,
Rijnstraat 25,
Amsterdam-Z.
Wijk 22 A.
[Kenmerk en datum:]
46A/148/2 M. 30 Mei 1942.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 dezer deel ik U
mede, dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Visscherij-
centrale ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding
bestaat aan Uw verzoek te voldoen.
[Ondertekening:]
De Directeur, wnd, De brief is een korte, formele afwijzing van een verzoek dat door de heer J. Grishaver was ingediend op 12 mei 1942. De beslissing is genomen door een specifieke commissie binnen de 'Visscherijcentrale'. De tekst is zakelijk en geeft geen specifieke reden voor de afwijzing, anders dan dat de commissie "geen aanleiding" ziet om aan het verzoek te voldoen.
De handgeschreven notitie "verzonden 30/5" bevestigt de administratieve afhandeling op de dag van datering. De aanduiding "De Directeur, wnd" (waarnemend) wijst op een ambtelijke structuur waarbij de vaste directeur mogelijk afwezig was of de functie tijdelijk werd waargenomen. Dit document moet worden begrepen in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De datum, 30 mei 1942, valt in een periode waarin de anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds heviger werden.
De geadresseerde, Jacob Grishaver (geboren in 1888), was een Joodse vishandelaar die woonachtig was aan de Rijnstraat 25 in Amsterdam. De Visscherijcentrale was een semi-overheidsorgaan dat tijdens de bezetting de controle uitoefende over de visserijsector en de distributie van vis. In deze periode werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven geweerd door middel van het intrekken van vergunningen of het aanstellen van 'Verwalters' (bewindvoerders).
Hoewel de brief de aard van het verzoek niet expliciet noemt, is het zeer waarschijnlijk dat het verzoek van Grishaver te maken had met het behoud van zijn bedrijfsvergunning of een ontheffing om zijn beroep als vishandelaar te mogen blijven uitoefenen. De kille afwijzing past in het patroon van de bureaucratische uitsluiting van Joden. Jacob Grishaver en zijn gezin werden later gedeporteerd; hijzelf werd in juni 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. J. Grishaver Z.