Brief of rapportage (pagina 2 van een groter geheel).
Origineel
Brief of rapportage (pagina 2 van een groter geheel). niets was hun te veel, kwamen nergens hun hand ophouden,
en sloegen hun er doorheen.
Nu komt er noodzakelijk door de toestand een verdeeling, maar zoo
vraagt schrijver dezes zich af, deze verdeeling kan toch niet de be-
doeling hebben, de hardwerkende, de actieve met hun bedrijf af
te slachten.
Ondanks enkelde en dubbele toewijzingen, worden nu de kringetjes
spuwers gelijkgesteld met de hardwerkende, de actieve.
Menschen die voorheen, per dag met 10 en 12 pond gingen venten,
ja die maanden niets deden, die de heele winter door op het appèl
ontbraken, gaan nu heen met per enkele toewijzing met 40 pond aal
terwijl handelaren die hard werkten, zomer en winter precent wa-
ren, dagelijks van de 100 tot 250 pond aal te koop hadden met 20
pond heengaan.
Dit zijn toestanden die hoog noodig voorziening behoeven, zeker
de commissie van verdeeling, heeft een zware taak, er zijn voor
U vele moeilijkheden op te lossen, maar zoo als de verdeeling nu
is, staat één punt vast, de bonefide handel is door deze ver-
deeling zwaar gedupeerd.
Ondergeteekende heeft zijn geheele loopbaan als vischhandelaar
buiten zijn verkoop van versche aal, ook gerookte aal vooral des
Zaterdags in groote kwantums verkocht, dit is de meeste Uwer
commissie leden persoonlijk bekend.
Zijn bedrijf is gebaseerd op de verkoop van versche en gerookte aal,
maar gerookte aal heeft hij tot op heden voor zijn publiek nog
niet gehad.
Hij verzoekt de commissie met het laatste rekening te willen
houden, en die voorzieningen te treffen, opdat hij in In dit document uit de auteur zijn diepe onvrede over de werkwijze van een 'commissie van verdeeling'. De kern van de klacht is dat de huidige rantsoenering geen rekening houdt met de historische prestaties en de grootte van de onderneming. De schrijver gebruikt de kleurrijke term "kringetjes spuwers" (mensen die nietsdoend rookwolkjes uitblazen) voor kleine handelaren of gelukzoekers die volgens hem nu onevenredig veel paling toegewezen krijgen ten opzichte van de gevestigde 'bonafide' handelaren.
De tekst illustreert een specifiek probleem: een handelaar die voorheen honderden ponden per dag omzette, krijgt nu slechts 20 pond, terwijl een 'kleine' venter met 40 pond naar huis gaat. De auteur benadrukt dat zijn bedrijfsvoering afhankelijk is van zowel verse als gerookte aal, en dat hij door de huidige verdeling zijn klanten ("zijn publiek") niet meer kan bedienen. De brief moet geplaatst worden in de context van de schaarste-economie in Nederland tijdens of direct na de Tweede Wereldoorlog. Goederen zoals vis werden door de overheid (via de Rijksbureaus) gedistribueerd om zwarte handel tegen te gaan en een eerlijke verdeling te waarborgen. In de praktijk leidde dit echter vaak tot grote frustratie bij ondernemers die vonden dat de bureaucratische toewijzingen hun legitieme bedrijfsvoering onmogelijk maakten. De taal is formeel ("schrijver dezes", "ondergeteekende"), wat gebruikelijk was voor verzoekschriften aan officiële instanties in die tijd.