Ambtelijke brief/correspondentie (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie (doorslag). 28 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van een distributie- of economische dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de context). VD/HG.
[handgeschreven: later]
46A/193/2 M.
28 Mei 1942.
Toewijzing visch
J.J. Looyen Sr.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 dezer No. 481
L.M. heb ik de eer U het volgende te berichten.
Dat de toewijzing van visch van den heer J.J. Looyen
Sr. door den heer Sieburgh zou zijn ingehouden onder het motief,
dat hij slechts 2 jaar lid was van de N.S.B., is niet juist.
Ter toelichting van een en ander diene het navolgende.
J.J. Looyen Sr. was aanvankelijk voor 80 pond aal
ingedeeld, maar bij de herziening voor de nieuwe vischregeling
is zijn toewijzing, evenals die van verschillende anderen,
teruggebracht tot 40 pond. Zijn beroep, dat zijn omzet in
1939/40 (basisjaren) slechts als gevolg van terreur te laag
geweest zou zijn, werd aanvankelijk niet juist geoordeeld daar
hij eerst in September 1940 lid zou zijn geworden van de N.S.B.
Een door den heer Sieburgh ter zake ingesteld onderzoek, waar-
bij ook de door U bedoelde Looyen Jr. werd gehoord (op 22 de-
zer) heeft aannemelijk gemaakt, dat Looyen Sr. toch moet worden
gerangschikt onder de personen, die in bovengenoemde jaren aan
broodroof hebben blootgestaan. Ik heb derhalve de Verdeelings-
commissie geadviseerd de toewijzing van Looyen weder te ver-
dubbelen, waarmede deze Commissie zich inmiddels heeft ver-
eenigd.
Het is juist, dat een zoon van Looyen voor een dub-
bele toewijzing op de verdeelinglijsten voorkomt; de omvang
van zijn zaken in de jaren 1939 en 1940 rechtvaardigen dit
naar het oordeel der Verdeelingscommissie.
De dubbele toewijzing voor aal van J. Dotsch was aan
een abuis te wijten, dat inmiddels reeds was hersteld.
De Directeur, * Kern van de zaak: Het document betreft een administratieve beslissing over de toewijzing van een quotum paling (aal) aan vishandelaar J.J. Looyen Sr. Zijn quotum was aanvankelijk gehalveerd van 80 naar 40 pond.
* Politieke lading: De kern van het geschil draait om het lidmaatschap van de N.S.B. en de economische gevolgen daarvan voor de oorlog (1939-1940). Looyen Sr. claimde dat zijn lage omzet in de basisjaren het gevolg was van "terreur" (sociale en economische uitsluiting door anti-Duitse Nederlanders vanwege zijn politieke voorkeur).
* Besluitvorming: Hoewel er aanvankelijk twijfel was omdat hij pas na de inval (september 1940) officieel lid werd van de N.S.B., concludeert een onderzoek door een zekere heer Sieburgh dat er inderdaad sprake was van "broodroof" vóór zijn officiële lidmaatschap. Hierop wordt besloten zijn quotum weer te verdubbelen naar 80 pond.
* Nevenzaken: Er wordt ook gesproken over een zoon (Looyen Jr.) die eveneens een dubbele toewijzing krijgt op basis van zijn bedrijfsomvang, en een administratieve fout ("abuis") betreffende een zekere J. Dotsch wordt gemeld. Dit document stamt uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het illustreert de verregaande regulering van de voedselvoorziening via distributiestelsels en verdeelingscommissies.
Tevens geeft het een inkijkje in hoe politieke loyaliteit aan de bezetter (via de N.S.B.) werd ingezet om economische voordelen te verkrijgen of correcties op quota af te dwingen. De term "broodroof" werd door N.S.B.-ers veelvuldig gebruikt om aan te tonen dat zij door hun politieke keuze door de rest van de Nederlandse samenleving werden geboycot. In dit geval wordt die claim door de (waarschijnlijk collaborerende of onder druk staande) administratie gehonoreerd om de vishandelaar een gunstiger quotum te geven.