Archiefdocument
Origineel
26 mei 1942. Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. MARKTWEZEN AMSTERDAM VD/HG.
TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 46A/193/2 M.
BIJLAGE :
ONDERWERP :
Toewijzing visch
J.J. Looyen Sr.
**AMSTERDAM (W.)** 26 Mei 1942.
**JAN VAN GALENSTRAAT 14**
**AAN** den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
**A l h i e r .**
(Handgeschreven over de bovenste helft van de tekst:) vervallen
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 dezer No.481
L.M. heb ik de eer U het volgende te berichten.
Dat de toewijzing van visch van den heer J.J. Looyen
Sr. door den heer Sieburgh zou zijn ingehouden onder het
motief, dat hij slechts 2 jaar lid was van de N.S.B., is
niet juist. Ter toelichting van een en ander diene het na-
volgende.
In verband met een op de Vischmarkt plaats gehad
hebbende ruzie, waarbij onder andere de N.S.B.-ers Looyen
en Posthumius waren betrokken, waren beiden bij den heer
Sieburgh geroepen, bij welke gelegenheid zij hunne bezwaren
tegen de voor hen door de Verdeelingscommissie vastgestelde
toewijzingen ter sprake brachten. Zij wezen erop, dat de
toewijzingen waren gebaseerd op de omzetten in de jaren
1939 en 1940 (hetgeen door de Nederlandsche Visscherijcen-
trale was voorgeschreven), hetgeen voor hen noodwendig on-
gunstig, dat wil zeggen op een lage toewijzing moest uit-
vallen, omdat zij als N.S.B.-ers in de voorafgaande jaren
waren gebroodroofd.
Daar Posthumius in het jaar 1937 lid van de N.S.B.
was geworden werd te zijnen opzichte door de Verdeelings-
commissie het argument broodroof aanvaard, anders dan ten
aanzien van Looyen, die, na bij nadere informatie gebleken
was, eerst in September 1940 lid was geworden.
Het is juist, dat Looyen op de oude verdeelings-
lijst voor aal, welke gold voor de verdeeling van visch
onder de straathandelaren, voor een dubbele toewijzing
stond genoteerd. Bij het voorbereiden van de verdeelings-
lijsten voor de U bekende nieuwe vischregeling, werd de
toewijzing van Looyen, evenals van vele andere straathande-
laren tot een enkele (dit is 40 pond per beurt) verlaagd,
omdat dit meer overeenkwam met zijn omzetten in de jaren
1939 en 1940.
(In de linkermarge genoteerd:) 28/5/42 [Paraaf] * Kern van de zaak: Het betreft een ambtelijke verantwoording over de vis-toewijzing aan een straathandelaar, J.J. Looyen Sr. Hij beklaagde zich over een te lage toewijzing.
* Argumentatie: De toewijzing was gebaseerd op omzetten uit 1939 en 1940. Looyen claimde dat zijn omzet toen laag was omdat hij als NSB-er werd geboycot ("gebroodroofd"). De instantie wijst dit af omdat hij pas in september 1940 lid werd, ná de Duitse inval. Zijn collega Posthumius kreeg wel een hogere toewijzing omdat hij al sinds 1937 lid was en dus aannemelijk kon maken dat hij voor de oorlog politiek werd gedwarsboomd.
* Status document: Het document is gemarkeerd als "vervallen" en doorgekruist. Dit wijst erop dat de beslissing of de inhoud van de brief is herzien, ingetrokken of dat de kwestie op een andere wijze is afgehandeld na 26 mei 1942. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1942). Het illustreert de bureaucratische omgang met schaarse goederen (vis) en de invloed van politieke voorkeur (NSB-lidmaatschap) op economische besluitvorming. Het maakt onderscheid tussen de 'oude garde' NSB-ers (voor de oorlog lid) en de zogenaamde 'meikevers' (die pas na de inval lid werden). Het document bevindt zich in het archief van het Marktwezen Amsterdam, gevestigd bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.