Administratief bijblad met handgeschreven conceptbrief en aantekeningen.
Origineel
Administratief bijblad met handgeschreven conceptbrief en aantekeningen. Stempel: 23 mei 1942. Tekst: 21 mei jl. Linksboven (stempelkader):
BIJBLAD VAN:
M. No. 46A/196/1 194 2
DOORGEZONDEN: 23/5-'42.
Midden boven:
46a/196/2 [in rood/bruin potlood]
Rechtsboven:
507
Linkerzijde (handgeschreven concept):
a/ D Folk
N.a.v. Uw brief d.d.
21 mei j.l. bericht ik U,
dat aan Uw verzoek niet
kan worden voldaan,
omdat U reeds de hoogste
toewijzing ontvangt.
[Paraaf]
Rechterzijde (potloodaantekeningen):
Hoogste toewijzing
aan verzoek
kan niet worden
voldaan, omdat
reeds
wordt ontv.
[Paraaf]
Linksonder (drukwerk):
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Het document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de tekst is een zakelijke afwijzing: een verzoek (waarschijnlijk om extra rantsoenbonnen, een hogere uitkering of extra brandstof) kan niet worden ingewilligd omdat de aanvrager reeds het maximaal toegestane ("de hoogste toewijzing") ontvangt.
De structuur van het blad toont het proces: rechts staan de ruwe kernpunten in potlood, links is het definitieve concept voor de te verzenden brief uitgeschreven. De stempel en de diverse archiefnummers wijzen op een strikt bureaucratische afhandeling binnen een overheidsinstelling (mogelijk de distributiedienst of sociale zaken). In mei 1942 was de schaarste in bezet Nederland groot en was vrijwel alles "op de bon". Het systeem van toewijzingen was strikt genormeerd om de beperkte middelen te verdelen. Ambtenaren moesten zich strikt houden aan de vastgestelde maxima. De term "hoogste toewijzing" suggereert dat de aanvrager probeerde een uitzonderingspositie te verkrijgen, wat hier op formele gronden wordt geweigerd. Het formulier "Alg. Zaken-Model No. 14" duidt op een standaardisatie van de rijksoverheid die ook onder de bezetting werd voortgezet. D. Folk M. No